Bromsnor

Vroeg opstaan, terwijl het buiten koud en pikdonker is, valt me niet gemakkelijk. Maar ik hoop vandaag iets van de hertenbronst mee te maken, en daar wil ik best wat moeite voor doen. Bovendien, de spectaculaire sterrenhemel boven mij belooft, dit wordt mijn dag.

Strijden en verleiden
Het lukt me (weer) niet om mijn rug droog te houden wanneer ik op mijn zwaar bepakte fiets het Veluwemassief op klauter. Zo gretig haast ik me de stad uit, want bos en beesten trekken. Rechts van me kleurt het landschap langzaam roze. Nu zie ik ook de mistflarden op de hei. Vlakbij, in de bosrand staan de silhouetten van vijf kleine herten. Ik gun me geen tijd om mijn kijker te pakken. Want verderop, op de grote hei, dáár gebeurt het! Het zijn min of meer vaste plekken waar de mannelijke en vrouwelijke herten elkaar ontmoeten, waar kerels strijden en vrouwen verleiden, waar gecopuleerd en soms zelfs gedood wordt – alleen weet je als argeloze bezoeker nooit waar je de grootste kans maakt op spektakel. Ik gok op een plek waar ik drie jaar geleden mooie dingen zag. Daar heb ik goed licht (in de rug) en sta ik gunstig voor de wind (zodat de dieren me niet ruiken of horen).

Precies op het moment van zonsopkomst ga ik door het klaphek van het Deelerwoud. De boswachter die me vijf minuten later aanhoudt denk daar anders over. “Zonsopkomst is vandaag 7 uur 34; nu is het half acht, u bent dus te vroeg in het gebied. Dit is een waarschuwing!”, bromt het dreigend uit de terreinauto. Oef, hartelijk welkom bij Natuurmonumenten.

Testosteron
Ik fiets over een zandpad verder de hei op en vind een mooie plek op een heuvel, met uitzicht op een zee van oranje en blauwige mistflarden. Daaruit klinkt al de karakteristieke roep van twee, drie hertenmannetjes. Niet te verwarren met het eentonige getoeter van de Hooglandstieren die zich ook laten horen. Nu de oranje ploert boven de bomen uitstijgt, lost de mistzee op in dunne, gestapelde rafels. Een betoverd lichtspel dat elke minuut verandert. Ik onderscheid steeds meer details in het landschap. Tijd om mijn telescoop op de driepoot te zetten. En ja hoor, in de verte in een slenk die diagonaal over het heideveld loopt zie ik in de dunne grondmist een fors hert staan.
De kop steekt bleek af bij de donkere hals en buik – blijkbaar heeft hij net in de modder liggen rollen. Regelmatig gooit hij zijn kop met fraai gewei achterover en slaakt zijn oerkreet. Uit de verte klinkt antwoord (maar zien doe ik de rivaal niet). Aan het schokken van het klokkenspel zie ik dat de stoere bink heel wat kruit verschiet.  Twintig meter verderop graast zijn harem.  Ik tel wel 17 vrouwen en jongen. Zodra een hinde van de groep afdwaalt drijft de kerel haar weer terug. Het is rennen en burlen. Zelfs in rust staat hij te shaken. De arme vent staat stijf van het testosteron. Als dat zo een maand lang moet duren…

Antilopen
Terwijl ik de edelherten sta te begluren zie ik in de bosrand de veel kleinere damherten staan. Donker en sierlijk springen zij terug, als antilopen. Boven de hei is het een aan-en-af-vliegen van zangvogels – vinken, kepen, graspiepers en talrijke veldleeuweriken. Ik hoor zelfs zingende boomleeuweriken! Allemaal trekkers uit Scandinavië op weg naar meer zuidelijke streken. Als rond half tien de herten door een bosje uit beeld verdwijnen besluit ik dat het mooi genoeg is. Met flink minder kleding aan fiets ik langzaam terug naar de stad en werk. Met gezonde tegenzin, dat spreekt.

2 gedachten over “Bromsnor”

  1. Hallo Hans,
    Wat geniet ik van jouw schrijverskunst!
    Je weet zo “beeldend”te schrijven , net alsof ik over je schouder mee kan kijken. Wat een schitterende ervaring lijkt mij om dit schouwspel te zien!

    1. Ha Corrie, leuk dat je mijn schrijfsel waardeert.
      Dank voor je reactie, zo weet ik weer dat mijn sfeerbeschrijving bij jou, als lezer, overkomt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *