Alle berichten van hansvandenbos

Insecten verdwijnen

In een gezond landschap miegelt het van de insecten. Hoe completer de natuur, hoe meer beestjes er rondkruipen, ritselen, fladderen, zoemen, kriebelen en ja, soms ook steken. Nooit zal ik de akoestische sensatie vergeten die ik onderging bij het betreden van het beroemde Poolse nationaal park Bialowieza. Zodra je het bosgebied door de houten poort betrad werd je ondergedompeld in een kolossaal gezoem, dat pas stopte als je het bos verliet. Mijn vriend en collega-onderzoeker Tomasz had een originele manier om de muggenstand enigszins te kwantificeren: hij sloeg eenmaal met vlakke hand op zijn borst of been en telde de slachtoffers. Zijn record: 42. Het zal geen toeval zijn dat ik in Europa geen ander bos ken met zo’n diversiteit aan vogels.

Dramatische afname
Vorig week publiceerden Duitse en Nederlandse ecologen een alarmerend artikel waarin zij beschreven dat de insectenmassa in 63 Duitse natuurgebieden in de afgelopen 27 jaar met gemiddeld 76 procent is afgenomen. Natuurlijk wist ik dat het slecht ging met dagvlinders en bijen, en merk ik al jaren dat het buiten minder ritselt en zoemt, toch schrok ik van deze uitkomst. Die is dramatisch.
Maar ik ben bang dat de achteruitgang in ons land nog groter is. Want ik fiets regelmatig op het platteland bij onze oosterburen; daar oogt het toch net wat minder steriel dan thuis. Ik zie er meer bosjes en houtwallen, overhoekjes, leukere graslanden en bontere bermen. Ik zie daar ook meer vogels en verwacht daarom ook meer insecten.

Landbouw op dood spoor
Omdat de onderzochte natuurgebieden goed worden beheerd vermoeden de ecologen dat de achteruitgang van insecten het gevolg is dan de landbouw op de omringende gronden. Dat lijkt me een voor de hand liggende conclusie.
Dit zou het zoveelste signaal zijn dat we met de intensivering en industrialisatie van onze voedselproductie op een dood spoor zitten. Zelfs een boerenpummel begrijpt dat de reguliere boer door schaalvergroting, ontwatering, bemesting, gebruik van bestrijdingsmiddelen en antibiotica vele basale ecologische wetten met voeten treedt. De boer als god –  dat kan niet goed gaan.

Nieuwe minister
Maar er gloort hoop aan de horizon. Onze nieuwe landbouwminister is van CU-huize en uiterst ambitieus. Deze slimme boerendochter lijkt me de aangewezen persoon om de puinhopen die natuursloper en praatjesmaker Henk Bleker heeft achtergelaten te saneren, en dan doorpakken! Want het landbouwbeleid moet op de schop, in Nederland en in de EU.
Wat we nodig hebben is meer ruimte voor natuur, veel minder voor landbouw. En vanzelfsprekend moet de landbouw écht duurzaam worden. En de vervuiler (zowel boer als consument) gaat serieus betalen voor zijn slecht gedrag, zodanig dat biologische producten automatisch goedkoper worden dan het vlees, melk, groente, fruit van reguliere teelt. Lees verder Insecten verdwijnen

In de ban van slechtvalk 2

“Kek- kek- kek”, klonk het op 6 mei schel boven ons huis. Vanuit de tuin kon ik de geluidsbron niet zien, maar het maakte wel dat ik de rest van de middag enigszins opgewonden de hemel in de gaten hield. Want dit leek verdacht veel op de roep van de slechtvalk, een van mijn favoriete vogels. Waarom? Lees dat in een andere blog. Niet dat ik deze fiere jager zo goed ken. Zo vaak zie ik de vogel niet, en horen nog minder. De slechtvalk associeer ik met vogelrijke woeste landschappen zoals de Wadden waar ik de vogel in de winter vaak zie jagen. Of met steile rotswanden in gebergten, waar de valk broedt. Voor mij is de slechtvalk vooral een vakantievogel.

Ik was de valk boven mijn huis alweer vergeten toen ik drie weken later het markante geluid opnieuw hoorde, boven het kerkplein in het centrum van de stad. Nu had ik meer geluk. Boven de hoofden van de mensen gaven twee slechtvalken een wervelende luchtshow –  vreemd genoeg was ik de enige die er oog voor had. Ze lieten zich vanuit de hoogte vallen en schroefden weer naar boven, buitelden om hun as met de poten in elkaar, flitsten weg en scheerden weer terug. Het was aantrekken en afstoten. Steeds als de vogels elkaar naderden klonken hun opgewonden kreten. Ze verdwenen achter de hoge toren van de Eusebiuskerk. Het kan niet anders, dit was hun liefdesspel, en de hoge toren was vermoedelijk hun thuis. Vanaf dit moment ben ik het paar gaan volgen.

Giervalk, de grote broer van de slechtvalk, op een gevelsteen in Haarlem

Nu, ruim vier maanden later, is het tijd om balans op te maken van wat ik tijdens die tientallen uren kijken en wachten van de slechtvalkenfamilie heb gezien. Het klopte dat ze op de kerktoren zaten te broeden. Het harde bewijs hiervoor vond ik eind mei op internet: daar zag ik foto’s van 4 jonge dieren in de buurt van een nestkast, later ook een foto van een jong dat rondscharrelde op de stoep van het gemeentehuis, naast de kerk. Lees verder In de ban van slechtvalk 2

Lievelingsboom

De es kende ik al voordat ik wist wat een es was. Hij sierde als laanboom de brede straat naast de onze. Die straat was anders, net als de bewoners. Zij woonden in ruime witgeschilderde koophuizen en gingen ’s zomers op vakantie. Op het trottoir – in de schaduw van het sierlijk geveerde essenblad – leerde ik fietsen en speelde tikkertje en indiaantje met mijn vriendjes. Zonder de naam te weten was deze boomsoort me dierbaar en vertrouwd. Als klein jongetje voelde ik de allure die de es verhief boven de populier en paardenkastanje – de ‘gewone’ bomen in de wijk.

Bijna twee decennia later bezocht ik vele van de mooiste bossen van Europa. Daar zag ik de es in zijn natuurlijke biotoop: langs beken en rivieren op vruchtbare, vochtige bodems. Als reusachtige kandelaars toornden breedgekroonde essen boven de andere bomen uit – boven iep, kers en els – en wedijverden om licht met majestueuze eiken. In dit buitengewone bos zongen buitengewone vogels als appelvink, nachtegaal en wielewaal. En in het gedempte licht op de grond trof ik een ongekend gevarieerde tapijt van bloemrijke planten en paddenstoelen. Dit was bos zoals bos behoort de zijn. Vanaf dat moment was de es mijn lievelingsboom.

Essensterfte
Al jaren lees ik in vakbladen dat de es door sterfte uit ons land dreigt te verdwijnen. Een schimmel blokkeert de sapstroom en maakt dat blad en wortels verdrogen. Eerst zien, dan geloven – dacht ik. Want beheerders en onderzoekers willen nog wel eens overdrijven.

Essensterfte in Horsterwold.

Totdat ik onlangs enkele dagen in het Horsterwold bij Zeewolde kampeerde. Hier de op rijke zeeklei van Zuidelijk Flevoland heeft zich in de afgelopen 40 jaar een geweldig interessant bos ontwikkeld. Volgens Staatsbosbeheer het grootse loofbos van West-Europa. De es is een van de belangrijkste boomsoorten in dat woud. En overal zag ik daar dat de es crepeert. Hoe beter ik keek, hoe minder gezonde bomen ik vond. Afgestorven takken, dode bomen, of kreupele bomen met slechts hier en daar een toefje gezond blad zag ik in overvloed. Zo ziet dus de essentaksterfte er uit.

Volgens deskundigen is er niets tegen te doen. Niets anders dan wachten en hopen dat er voldoende exemplaren van de es worden aangetroffen die minder gevoelig zijn voor de schimmel. Tweehonderd gezonde bomen zijn nodig om een nieuwe resistente generatie essen te ontwikkelen.

Ja, de nachtegaal en appelvink heb ik nog wel gehoord. Maar hoe zal dat de volgende jaren zijn? Want met het wegvallen van de es verandert het strooisel en ook het lichtklimaat op de bodem. En dat beïnvloedt weer vele tientallen bodemplanten, vogels en vlinders.
Ik zou niet durven zeggen hoe dit afloopt…

In de ban van slechtvalk 1

Soeverein overziet hij zijn rijk. Vanaf zijn hoogverheven zetel kijkt hij neer op het gepeupel dat beneden de straten en pleinen bevolkt. Het amuseert hem wel, die drukte en het gescharrel.  Met interesse volgt hij de lange blauwe bus die zich door de straatjes perst. Maar favoriet zijn de jongens die balancerend op het achterwiel van hun fietsje de trap van het stadhuis af stuiteren. Bijna dagelijks ziet hij ze daar bezig.
Met een ruk draait hij zijn kop naar de boom voor de rechtbank, hij focust en zoomt in: vier gaaien. Lekker, maar te mager, zegt zijn kennersoog. Daar gaat hij geen energie aan verspillen. Hij valt terug in ruststand, plukt wat in zijn jeukende borstveren en besluit zijn poten een schoonmaakbeurt te geven.

Jonge slechtvalk in torenspits van Eusebiuskerk, Arnhem.

Terwijl hij met zijn snavel de bloederige klontjes ontbijt weg peutert, ziet hij aan de overkant van de rivier een vlucht postduiven koersen. Daar zat ie op te wachten. Hij tilt zijn staart omhoog en spuit een witte straal ontlasting op de leistenen torenspits. Met gespreide vleugels laat zich voorover vallen. De lucht tilt hem op, waarna hij met krachtige vleugelslagen omhoog roeit. In ruime cirkels spiraalt hij steeds hoger boven de Eusebiuskerk, zijn vesting. Afwisselend zwevend en roeiend nadert de jager de rivier. Met bloot mensenoog vanaf de grond inmiddels onzichtbaar en nog hoger klimt hij.

De groep postduiven maakt hun dagelijkse rondje, blij om de stramme spieren te kunnen strekken na de nacht in hun hok. Ze hebben er zin in en maken flink vaart. Wie het eerst thuis is!

Honderden meters boven hen loert de snelste jager tussen hemel en aarde. Terwijl hij rustig op de thermiek zweeft beraamt de slechtvalk zijn aanvalsplan: hij schat in welke baan de duiven zullen volgen, kiest zijn duif – de bruinwitte, die wat houterig beweegt – en zijn hoek. “Nu”, besluit hij. De vogel duikt de diepte in en vouwt zijn vleugels tot vlak op zijn lijf. Als een scheermes snijdt hij door de lucht, heeft nauwelijks weerstand maar kan wel minutieus sturen. Loodrecht suist het projectiel naar beneden, de snelheid neemt toe tot wel 300 kilometer/uur. De slechtvalk heeft zijn oog vastgepind op de bruinwitte duif, die nu razendsnel groter wordt. Ineens paniek bij de duiven, de vlucht stuift uiteen. Maar te laat! De klap waarmee de slechtvalk zijn prooi raakt blijkt een doodsklap. Levenloos valt de bruinwitte verenmassa uit de groep. Met een sierlijk zwaai scheert de valk er achteraan en grijpt zijn lunch achteloos uit de lucht.

Al een drietal weken ben ik in de ban van de slechtvalk. Eigenlijk sinds ik ontdekte dat deze onverschrokken roofvogel op nog geen kilometer van mijn huis broedt: bovenop de toren van de Arnhemse  Eusebiuskerk. We zijn stadsgenoten zogezegd.
Regelmatig ga ik bij ze kijken. Wat niet wil zeggen dat ik ook veel zie, want de toren is hoog en heeft veel verborgen plekken. Ook zijn de valken lang niet altijd thuis – hun leefgebied is uitgestrekt en als ze ergens rustig zitten zie je ze gemakkelijk over het hoofd.

O, wat zou ik graag de hierboven bedachte duivenjacht eens met eigen ogen zien… Tot dat moment moet ik me behelpen met dit soort filmpjes van youtube.

Normaal

Na jaren zeuren en wachten was het eindelijk zover. Het luxe onderkomen was door experts goedgekeurd en de eerste termijn betaald: de reis naar Holland kon beginnen. Als popsterren werden ze op Schiphol onthaald. Jammer was wel dat het selecte publiek, de camera’s van de NOS, en dus ook de mensen thuis, Elegante Ster en Krachtige Wolk maar zo kort zagen.

Dierenliefhebbers
Terwijl het ganse volk thuis in vervoering voor de buis hing, in de hoop op nóg een glimp, dwaalde mijn gedachten af naar de Chinese leiders die in hun oneindige gulheid onze natie deze eer hadden gegund. In gedachten zag ik ze onderuitgezakt in hun roodfluwelen fauteuils hangen, een bel cognac in de rechter, een Havanna in de linkerhand, een geblondeerde deerne op de knie. Zweet parelt op hun voorhoofden, de salon blauw van de rook. En lachen dat ze doen. Die domme Hollanders, die dominees met hun kritische wijsvingertje, ook zij waren er ingestonken.

U weet, Chinezen zijn echte dierenliefhebbers, als geen ander beseffen ze de intrinsieke waarde van hun fauna. Als je een dier niet kunt eten, of tot medicijn vermalen, kun je hem altijd nog aan je vrienden leasen. Daarbij geldt: hoe mooier het verhaal, hoe hoger de prijs. En nog belangrijker is de Oud-Chinese wijsheid: hoe zeldzamer, hoe duurder. “En schaarste creëer ikzelf,” schatert leider Xi. “Lieve Mark, speciaal voor jullie.” Zijn bleke hoofd kleurt rood van opwinding: “Slechts één miljoen euri per jaar! Een koopje!” De bulderende lach gaat over in droog gehoest en stolt in groen gerochel. De halve Havanna rolt over het tapijt.

Reuzenpanda

Reuzenpandagekte
Enkele weken later op de Utrechtse Heuvelrug.
Het Nederlandse volk is niet meer te houden: die quarantaine duurt toch echt te lang. De meute rijdt en masse naar Rhenen en betaalt grof geld om een leeg hok te mogen zien. Naast verstopte wegen leidt het bijna tot een handgemeen met de buurman, die ineens toch níet wil meewerken aan een parkeerplaats voor 1400 blikken. Ik ben bang dat de reuzenpandagekte nog nauwelijks is begonnen.

Waarom mensen, waarom doen we collectief zo idioot? Omdat deze mormels van die schattige ronde vormen hebben? Omdat ze zo mooi zwart-wit getekend zijn? Omdat ze zo veel slapen? Omdat ze bamboe zo lekker vinden? Omdat.., omdat… Omdat het kan?
Kom op mensen, luister naar wat onze grote leider Mark onlangs zei: “Doe normaal”.

Mijn land

Natuurlijk ga ik op 15 maart stemmen voor de Tweede Kamer.
Er staat genoeg op het spel. Moeilijk, met zo veel partijen?
Wel nee – ik weet toch zeker wel in wat voor een land ik wil leven!

Mijn land is allereerst een groen land – dus met veel ruimte voor uitgestrekte natuurgebieden waar een variatie aan planten en dieren prima gedijt. Een land met schone lucht, bodem en water.

Mijn land is ook een sociaal land, met vrije en gelijkwaardige mensen die wat voor elkaar over hebben. Mensen die niet bang zijn voor de toekomst of voor ‘die ander’.

Mijn land is een open land, met een regering die het vanzelfsprekend vindt om met andere landen samen te werken aan een betere en veiliger wereld. Dit is trouwens ook de enige manier om het leven híér ook op lange termijn prettig en gezond te houden.

Met mijn stempotlood blijf ik dus verre van de PVV, VVD en CDA. Dat zijn de partijen die tijdens het kabinet Rutte 1 het goed functionerende Nederlandse natuurbeleid grondig hebben gesloopt. Staatssecretaris Bleker (CDA, u weet wel de partij die al eeuwen de mond vol heeft van rentmeesterschap) bezuinigde in 2011 zonder blikken of blozen 75% van het natuurbudget en schrapte met zichtbaar plezier ook nog eens belangrijke ecologische verbindingszones, zoals die tussen de Oostvaardersplassen en Veluwe.

Niet toevallig hoeven we van deze partijen ook in de toekomst weinig goeds voor natuur en milieu te verwachten. De partijen zijn nog net geen klimaatontkenners, maar gezien hun verkiezingsprogramma’s gaan zij de klimaatdoelen (van Parijs) – noodzakelijk om de opwarming van de aarde tot 1,5 graad te beperken – zeker niet halen. Asfalt en steenkool, daar lusten ze wel pap van.

Als het u bij deze verkiezingen vooral gaat om het behalen van deze klimaatdoelen – naar mijn mening ons meest serieuze probleem – dan is de keuze eenvoudig. Want volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hebben slechts drie partijen hun verkiezingsprogramma hiervoor voldoende op orde: GroenLinks, D66 en
ChristenUnie.

Mijn persoonlijk wensenlijstje gaat iets verder dan het behalen van de klimaatdoelen. En ook al vind ik de programma’s van CU en D66 sympathiek, het mag voor mij nog wel wat groener en vooral linkser.

Zo makkelijk kan stemmen zijn.

Wat ziet u?

Wat ziet u? Die vraag krijg ik regelmatig als ik ergens in het buitengebied door mijn verrekijker of telescoop sta te turen. De vraagsteller is niet zelden een vrouw van middelbare leeftijd, die op stevige schoenen een clubje wandelvriendinnen aanvoert. Nog vaker is het een fitte vutter die met haar partner op e-bike geruisloos is komen aanglijden. De belangstelling achter die open vraag voelt gemeend, daarom reageer ik serieus, of ik nu een zingende veldleeuwerik bespied, stoeiende hazen of een laag boven de hei jagende kiekendief. Mijn uitleg wordt gretig geconsumeerd. Soms volgen nieuwe vragen, niet zelden in de vorm van een vage beschrijving van een vreemd beest dat de passant onlangs zag – of ik het even op naam kan brengen. Natuurlijk voel ik me gestreeld door het gestelde vertrouwen, al los ik het raadsel lang niet altijd op.

Zodra ik achter me hoor knorren ‘al wat gezien?’, ben ik op mijn hoede. Het blijkt dan altijd een man, doorgaans groenig gekleed, niet zelden met een ongezonde vracht optiek om de nek. Uit ervaring weet ik dat deze lui niet geïnteresseerd zijn in mijn waarnemingen van vrolijk kwetterende puttertjes, de in dennenappels peuterende kruisbekken of op muggen jagende boerenzwaluwen. Deze vogelaars willen scoren: zeldzaamheden zien. Hoe zeldzamer, hoe meer punten. Uit baldadigheid vertel ik ze juist níet over de slangenarend die zojuist overvloog, de klapekster verderop, of over die groep van 44 raven. Nee, liever verveel ik ze met staartmeesjes, vinken en kauwen. Dan ben ik het snelst van ze af. Want de twitchers (zo noemen ze zich) willen verder, ze hebben altijd haast. Immers dankzij smartphone en internet weten zij maar al te goed wat zij vandaag nog níet hebben gezien.

Het zijn niet mijn vrienden deze jagers, die in hun diesels met sjoemelsoftware stad en land af racen na een ‘alert’ van een dwaalgast die nog op hun lijstje ontbreekt. In de competitie om hun persoonlijke ranking te verbeteren gaan ze ver. Verbodsborden, privéterrein, afgesloten zones van gelden vooral voor anderen. Omdat de soortenjagers massaal op dezelfde meldingen af komen – als vliegen op stroop – loopt het nog wel eens uit de hand. Niet elke terreinbeheerder en niet elke vogel is blij met deze aandacht.

Noem het geen onschuldige hobby. Twitchen is serious bussiness.

Heeft twitchen nog iets met natuurbeleving te maken? Ik betwijfel het. Welbehagen, ontspanning laat staan vreugde lees ik zelden van hun gezichten, wel stress en ergernis. Op basis van het vertoonde gedrag en de speeltjes plaats ik de vrijetijdsbesteding eerder tussen vliegtuigspotten en postzegels verzamelen.

Zin in lente

Ook zo’n zin in de lente? En kunt u na die fraaie zonnige dagen vorige week ook nauwelijks wachten om de winterjas definitief op te bergen?

Dan heb ik slecht nieuws: onstuimige herfstbuien schuiven al over ons land. Houdt dus die warme jas vooral in de buurt. Dat voelt een beetje ‘terug naar af’. Maar niet getreurd, het is immers nog winter. En veel te vroeg voor witte wijn nippen op het zonovergoten terras en T-shirts met korte mouwen. Niet zonder reden begint het voorjaar volgens de kalender pas over een maand.

Eigenlijk ben ik wel blij dat hier de winter zo geleidelijk naar lente verglijdt. Want juist tijdens deze overgang gebeurt er buiten veel moois. Zóveel, dat is niet in een paar weken te proppen. De natuur neemt de tijd voor de spectaculaire omschakeling vanuit winterrust naar actie, voortplanting en groei. Daar zit ik graag met mijn neus bovenop. Oók tijdens frisse winderige dagen in de rafels van de winter.

Zo ontdekte ik gisteren dat onze tuinmerelman, een oude bekende, ineens sjans heeft met een mooie donkerbruine dame. Vrijpostig inspecteerde deze vreemdeling onze struiken af naar veilig plekken voor een nest. Intussen zat hij quasi nonchalant klimopbesjes te kanen. Voluit zingen doet hij vreemd genoeg weinig, maar binnensnavels murmelt hij al weken, vooral als de zon een beetje schijnt. Ook de tuinheggemus heeft een scharrel. Ik zag ze enkele dagen donderjagen. Daarna zijn ze letterlijk gevlogen. Ook de pimpelmeesjes zijn sinds een weekje gezellig met z’n twee.

Over donderjagen gesproken. De blauwe reigers in het park verderop hebben de oude nesten weer betrokken. Daar wordt geknokt, geflirt en schor geschreeuwd. Prachtig om te zien hoe setjes hun band verstevigen door samen het nest van de buren te plunderen.
Op de gazons en weides van het park hebben paartjes nijlganzen strategische posities ingenomen. Soortgenoten die in de buurt komen worden getrakteerd op luid gesis, als dit niet helpt volgt een hardhandige charge. Ook de groep meerkoeten heeft zich opgelost in vechtlustige koppels. Overal in het parkbos hoor ik sinds kort de vinkenslag. Ook de eerste zanglijster liet van zich horen. Het klonk nog wat weifelend, maar elke strofe herhaalde hij wel netjes tweemaal, zoals dat volgens de boekjes hoort.

En dan heb ik het nog niet eens over planten gehad, of dansende muggen, onze straatvleermuizen of de tientallen vogelsoorten die de komende weken uit het zuiden komen.

Tuinen van verwondering

Verbijsterd zat ik op 3 november voor de tv, gehypnotiseerd door de spannende kunstwerken die onder mijn ogen voorbijgleden. Ik zweefde over een lange rij bogen van Andy Goldsworthy die vanaf de heuvel geleidelijk in zee verdwenen; over twee uit de kluiten gewassen maar toch gracieuze dansers van Marijke de Goeij; een bijna megalomaan golvende muur van Richard Serra, en mijn favoriet: een gigantische rode toeter (of was het een verrekijker?) van Anish Kapoor die quasi nonchalant in het heuvelige grasland was achtergelaten. En nog veel meer.
Blessed (Anya Gallaccio), Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarIk keek naar de eerste aflevering van Tuinen van verwondering, een serie over de mooiste beeldentuinen van de wereld.
O, wat zou ik graag zélf dit landgoed van kunstverzamelaar Alan Gibbs in Nieuw-Zeeland bezoeken, in zijn helikopter over de beelden vliegen en in de avondschemering op zijn terras aan zee de bliksemmachine bedienen…

Dichtbij
Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarNaast dromen heb ik gelukkig ook dichter bij huis aantrekkelijke beeldentuinen. Een hele mooie ligt op fietsafstand: die van Kröller-Müller Museum in park De Hoge Veluwe – bij iedereen bekend, mag ik hopen. Veel minder bekend is Beeldentuin Clingenbosch in Wassenaar, de privécollectie van de Joop van Fountain II (Jean Tinguely Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarCaldenborgh, de eigenaar van het nieuwe museum Voorlinden, dat op steenworp afstand ligt. Ik ontdekte en bezocht deze doorgaans afgesloten tuin enkele maanden geleden. Ik kan het liefhebbers van moderne beeldhouwkunst aanbevelen. (Een bezoek kan je reserveren via de website van Museum Voorlinden.)

 

Kunstbos
Verspreid over 25 hectare duinbos staan een stuk of zestig beelden, die zeer divers zijn van materiaal, kleur en uitstraling. De kwaliteit is hoog. De zeer deskundige rondleiders hebben er een hele toer aan om hun groep in groepje binnen de twee uur die er voor staat langs de hele collectie te gidsen: er valt zo veel te zien en te vertellen! Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarBijzonder is het zoeken, en het vinden – dat maakt zo’n kunstbos toch heel anders dan een museumzaal. Steeds die verrassing als er achter een bocht of boom weer een ander object opduikt. En steeds weer het spel tussen beeld en de natuurlijke omgeving, licht en schaduw. Hier buiten is het nog makkelijker om weg te dromen. Wat me aan deze collectie ook opvalt is de speelsheid, de humor. Fijn is bovendien dat je de meeste beelden aan mag raken, de beelden vragen daar om.

Paard
Ook het langs het pad uitgestrekte veulen had ik graag met mijn vingertoppen beroerd. Het afgietsel zag er levensecht uit zoals het daar vredig op een pallet lag te slapen. Warm, zacht en kwetsbaar. Large Four Piece Reclining Figure (Henry Moore), Beeldentuin CliMaar o zo gevaarlijk. Want het fijne doffe poeder op het loden beeld was het zwaar giftige loodoxide, waarschuwde onze gids. Kunstenaar Berlinde De Bruyckere maakt vaker beelden van paarden waarmee ze haar publiek op het verkeerde been zet.
Ik herinner me nog scherp de drie levensgrote paarden die ze in Park Sonsbeek tijdens de beeldententoonstelling in 2001 hoog boven het bospad in beuken had gehangen. Dat leidde tot veel consternatie, want hoe kon ze dat nu doen? Paarden! De dieren zijn toen al snel verwijderd. Maar ik zie als ik op dit paadje loop, haar paarden nog steeds hangen. Zelden heb ik in Sonsbeek een intrigerender kunstwerk gezien.

[Alle foto’s maakte ik in Beeldentuin Clingenbosch]

Wildkijkers

U kent ze vast wel, plekken die je voor je gemoedsrust beter kunt mijden, maar die toch trekken. Zo bezocht ik op een zonnige zondagnamiddag in de bronsttijd wildobservatiepunt de Elsberg in nationaal park Veluwezoom. Mijn excuus: ik was toch in de buurt…

Decennia geleden kwam ik tijdens de bronst van edelherten graag naar deze plek. De heuveltop en het omringende open heideterrein vormden een prachtig decor om de herten bij het minnespelen te bespieden. En zag ik geen herten, dan waren er wel vluchten overtrekkende vogels, boven mijn hoofd spionerende bosuilen of dwars over de heide rennende zwijnen. Ook van jagende wolken kon ik genieten, het oranje spotlicht van de laagstaande zon, de glinstering van ochtenddauw in duizenden spinnenwebben, de in de wind goudgolvende pijpenstro, ja zelfs de miezerregen maakte me blij. In alles voelde ik de wildheid en de ruimte. In die tijd kwam ik hooguit een handvol soortgenoten tegen, altijd grauwgroen gekleed en met een forse kijker en – net zoals ik – op zoek naar rust. Maar dat waren andere tijden.

Wildobservatiepunt de Elsberg, NP VeluwezoomSinds de Elsberg een golfdak kreeg en boswachters met hun marketingcollega’s de bronst actief promoten overspoelt een groot en nieuw publiek de bronstplaatsen. Het grote parkeerterrein aan de voet van de Elsberg schept verwachtingen.
Het met spectaculaire natuurfilms en –foto’s verwende publiek denkt echt dat al dit moois pal voor hun neus zal plaatsvinden. Verrekijkers dragen ze zelden. Het gaat hen volgens mij ook minder om het zien als wel om het gezien worden. Want wat is er nu leuker dan je eigen geschoten hert op YouTube of Facebook showen? Iedereen is daarom druk met fotocamera of smartphone, zelfs als de dieren op grote afstaan staan.

Katwijkse blondines
Terug naar die zondag. Gezien het twintigtal auto’s op het parkeerterrein valt het aantal wildkijkers in de hut me mee. Er klinkt een opgewekt gekeuvel, waarbij twee Katwijkse blondines op leeftijd de boventoon voeren.
Lees verder Wildkijkers