Veteraanbomen 2

Veteraanbomen zijn verslavend merk ik. Sinds ik een maand geleden in mijn blog over deze oude knakkers schreef, heb ik er heel wat bezocht. Of laat ik me zorgvuldiger uitdrukken: ik heb veel monumentale bomen opgezocht – per fiets en thuis achter de computer. Het is me nog niet helemaal helder aan welke criteria een  monumentale boom moet voldoen om toegelaten te worden tot de exclusieve veteranenclub. Maar dat mag de pret niet drukken, mijn plezier was er niet minder om. Hier in de buurt zijn er heel wat te zien.

260px-Wodanseiken_Wolfheze_J.J._Cremer_1849De Wodanseiken in de Wolfhezer Bossen (zie foto boven dit verhaal) behoren tot de bekendste senioren in ons land. Waarschijnlijk omdat ze vaker afgebeeld zijn door schilders van de  Oosterbeekse School, zoals dit werk van J.J. Cremers uit 1849. Het groepje van vijf eiken ziet er op zijn romantische schilderij indrukwekkender uit dan in werkelijkheid. De bomen zijn nu rond de 450 jaar oud, maar erg dik en hoog zijn ze niet. Bovendien begint het nu al lekker in elkaar te donderen. Echter fraai is het bomengroepje nog steeds – ook het bosgebied er omheen.

Bij mijn zoektocht had ik veel gemak van de  website Monumentale Bomen. Deze site bevat een schat aan informatie over grote, oude, mooie en bijzondere bomen in vele landen. Erg handig is de kaart monumentale bomen. Hierop kan je in- en uitzoomen zo ver als je wilt. Zeer geschikt om je te oriënteren waar monumentale bomen staan in je eigen woonomgeving . De kaart laat IMG_5801duidelijk zien – als je voldoende uitzoomt – dat die oude, dikke bomen niet gelijkmatig over het land verdeeld zijn. In een oogopslag kan je bovendien constateren dat Engeland veel rijker is aan deze oudjes dan Nederland.

Lees verder Veteraanbomen 2

Het warmste jaar ooit

Helaas, het KNMI was me voor. Want graag had bosbeeld dit bericht wereldkundig gemaakt. In gedachten bereidde ik me al voor om het spectaculaire nieuws over het land uit te rollen – als een tsunami.
Ik zou aan het eind van de middag de nieuwsredacties van radio en tv benaderen. Vervolgens zou ik de uitgezonden interviews op Facebook plaatsen en rondtwitteren. In zou enkele uren reserveren voor Paul of DWDD. Rond mindernacht zou ik een persbericht met extra achtergrondinformatie naar de ochtendkranten mailen. Ik twijfelde alleen nog wie ik de primeur zou gunnen: NOS of RTL?

Maar het heeft niet zo mogen zijn. Die publiciteit had ik mijn bedrijf graag gegund. Dan had er misschien wel een kerstpakket ingezeten, of een personeelsborrel op de laatste werkdag van het jaar…
Niet getreurd; volgende keer beter. Mogelijk beleven we over drie weken al ‘een warmste 2 januari ooit’.

Hoe ik wist van dit record? Bosbeeld bezit een degelijk meteorologisch waarnemingsstation. Elke laatste dag van de maand lees ik de gasmeter af en voeg de waarde toe aan de lange reeks in mijn computer. Ik had dus al lang gezien dat mijn gasverbruik dit jaar aanzienlijk lager is dan de oude recordjaren 2006 en 2007. Oké, ik meet nog geen 308 jaar, zoals KNMI en voorgangers – maar mijn conclusie is gelijk.

Lees verder Het warmste jaar ooit

Help, de wolf komt eraan!

Mijn eerste ontmoeting met een wilde wolf zal ik nooit vergeten. Het was op een afgelegen plek in een woest berggebied in Joegoslavië – zo heette dat land toen nog. Daar zat ik naast studiemakker Vlado – een beer van een vent– op het bankje voor onze blokhut, toen in de avondschemering een wolf begon te huilen. Ik reageerde wild enthousiast, Vlado wild geschrokken. Van zijn angst begreep ik niets. Integendeel, ik zou die wolf daar ver weg in het bos wel eens van dichtbij willen zien. Maar het dier opzoeken in dit ruige ontoegankelijke gebied leek me niet slim. Bovendien, het was bijna donker.

Ik besloot rustig buiten te blijven zitten, en te wachten. Het wolvengehuil klonk prachtig in het woud. Ik probeerde het ook eens. Mijn imitatie klonk niet onaardig. Dat vond de wolf blijkbaar ook: het dier antwoordde . Wat mij stimuleerde om nóg mooier te huilen. Opnieuw een antwoord, nu dichterbij… Vlado vluchtte boos naar binnen en gooide de deur in het slot. Ik werd alleen maar meer opgewonden. Ik voelde me hoofdrolspeler in de mooiste natuurfilm die ik me kon voorstellen. Ik had contact met een wolf! We bleven samen nog een poosje huilen. Door de duisternis heb ik het dier helaas niet gezien.
Toen Vlado en ik de volgende ochtend op pad gingen vonden we een cadeau op het pad, pal voor onze hut: een stevige harige wolvendrol, kakelvers gedraaid.

Lees verder Help, de wolf komt eraan!

Vogels huilen niet

Een wilde vogel in een mensenhand. Dat wringt, dat schuurt. De blauwe steriele handschoen maakt het nog erger. Hier klopt iets niet.

De eerste wilde vogels die ik in handen had zal ik nooit vergeten. De diertjes hebben het niet overleefd. De kluten, tureluurs en kemphaantjes waren zwaar verlamde botulisme-slachtoffers – opgeraapt in het wetland waar ik vaak vogels telde.
Je denkt een vogel te kennen – door je verrekijker heb je het dier al zo vaak begluurd. Maar in je hand is alles anders: het is nóg kleiner, nóg lichter, nóg fijner getekend, nóg kwetsbaarder dan je al dacht. En dat ga je de nek omdraaien. Knijp, een snelle draai en een stevige ruk. “Krak”, hoor je. Dat valt nog helemaal niet mee.

Dit verhaal gaat over zieke vogels die een meer hoopvolle behandeling kregen, in het Rotterdams vogelopvangcentrum Vogelklas Karel Schot. Vrijwilliger verzorger én fotografe Anjés Gesink maakte fascinerende vogelportretten van de patiënten. De foto’s bundelde zij in het opmerkelijke boek Vogels huilen niet – klein vogelleed in de grote stad. De paginagrote foto’s van de vogels gaan steeds samen met een nuchtere beschrijving van de geschiedenis van de patiënt, de zorg en de afloop (die lang niet altijd goed is). Lees verder Vogels huilen niet

Veteraanbomen

Ook nog nooit van gehoord? Onlangs hoorde ik de term voor het eerst. Het is de platina categorie onder de monumentale bomen, begreep ik van de oude-bomenspecialist. Veteraanbomen zijn niet alleen oud, vaak ook dik en groot. In elk geval vallen ze op door hun imposante verschijning. De oudjes zijn vaak hol, bevatten dode takken en hun lengte neemt eerder af dan toe. De boom takelt af, lijkt misschien stervend, maar is nog springlevend. Met de juiste verzorging kan zo’n boom nog eeuwen mee. We hebben hier te maken met de meest krasse knarren van het bejaardentehuis.

Canadese populier (Populus x canadensis - 'Marilandica'), Arnhem
Canadese populier, Lauwersgrachtpark, Arnhem (H 33 m.; D 205 cm.; 125 jr.)

De oude-bomenspecialist beklaagde zich erover dat er in Nederland maar weinig veteraanbomen staan, in vergelijking met onze buurlanden. Hier heeft hij wel een punt. In ons land houden we meer van jong en hip dan van oud en statig. Wij zijn niet zo van de tradities en ruimen ‘oude troep’ liever snel op. Het staat maar in de weg. Elke vierkante meter moet nuttig produceren. En als die hoogbejaarden dan ook nog eens meer kosten – omdat zij extra zorg vereisen – dan is de keuze snel gemaakt: de bijl erin!

Oude tamme kastanjes (Castanea sativa), Gulden Bodem, Arnhem
Tamme kastanjes, Gulden Bodem, Arnhem (H 26 m.; D 238 cm.; 300 jr.)

Als de managers en rekenmeesters nu eens zouden opkijken van hun spreadsheets, en naar buiten gaan om deze oudjes te bezoeken, zouden ze eindelijk eens zien hoe waardevol ze zijn.
De veteranen bieden een thuis aan ontelbare planten en beestjes, verfraaien het landschap en nodigen uit tot dromen en verhalen.
Dit zijn geen nieuwe inzichten. Landschapsschilders, dichters, landgoedeigenaren en verliefden weten het al eeuwen.

Nieuwsgierig geworden naar veteraanbomen in de buurt stapte ik op de fiets en ging op onderzoek.

Lees verder Veteraanbomen

Black is the color

Stel je voor, dat we het zouden moeten doen zonder zwartsprietdikkopje, zwarte ooievaar, zwarte rapunzel, zwarte els, zwarte stern en pekzwarte watertor.

Dat we zwarte truffelknotszwam, zwarte toorts, zwartblauwtje, zwarte amaniet, zwartkop, zwarte ibis, zwartpunt smalbok, zwarte populier en vooral de zwartwittebokaalkluifzwam moeten missen.

Dat we zwarte mees, zwartooglipvis, zwartsteel, zwartkopmeeuw, zwarte bes en zwartkopvuurkever taboe verklaren, omdat enkele gevoeligen onder ons (zwartkijkers durf ik ze niet te noemen) er aanstoot aan nemen.

Lees verder Black is the color

Hedwige – van bieten en populieren naar getijdengebied

Goed nieuws voor de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. De Raad van State besloot gisteren dat de landbouwpolder definitief moet worden teruggeven aan de natuur. Met het verleggen van de dijken wordt het wetland langs de Westerschelde uitgebreid met 295 hectare. Eindelijk kan begonnen worden aan het inrichtingsplan dat al jaren klaar ligt.

Natuurlijk, het is zuur voor de eigenaar en het handjevol bewoners. Maar de natuur vaart er wel bij. Want ondanks de mooie verhalen van fans, zo fraai is de polder niet. Het afgelegen gebied, op de grens tussen Bergen op Zoom en de kerncentrale van Doel, is pas recent ingepolderd (in 1907). En dat is te zien: grootschalig, planmatig en rechtlijnig. Dat in deze landbouwpolder aan natuur en landschap weinig valt te beleven heb ik vaker met eigen ogen kunnen zien. Het mooiste vond ik nog de polopaarden van de poldereigenaar. Voor de rest was het armoede troef.

Verdronken land van Saeftinghe
Verdronken land van Saeftinghe

Nee, klim dan eens de dijk op en kijk uit over het slikken- en schorrengebied van de buren. Let op de kluten, grutto’s, en zilverplevieren die in de kreken hun voedsel zoeken. Hoor de wulpen en ganzen. En zie de uitgestrekte vlaktes lamsoor en zeekraal – planten die perfect zijn aangepast aan het brakke water waarin ze tweemaal per 25 uur worden ondergedompeld. Het verschil tussen eb en vloed is hier ronduit spectaculair: Lees verder Hedwige – van bieten en populieren naar getijdengebied

Nederlandsche Vogelen

Mijn eerste vogelboek  kocht ik veertig jaar geleden.  Zien is kennen! gold toen als het ‘handigste betrouwbare determineerboek in den lande’. Niet dat er veel te kiezen was. De veldgids met gekleurde platen en informatieve tekst moest mij leiden op het modderige pad der veldornithologie. Zelfs met een verrekijker viel het ‘zien’ niet mee: als ik vogels naderde vlogen ze steevast weg, of gingen nog hoger in de boom zitten. En die enkele keer dat ik na veel moeite (of geluk) een dier wél goed in beeld kreeg, bleek het nog een hele kunst het bijpassend plaatje te vinden. Zo duidelijk waren de afbeeldingen en beschrijvingen niet. Ondanks dit matige boekje, heb ik inmiddels toch veel vogelsoorten gezien en leren kennen.

Sinds die achtste druk van Zien is kennen is er een indrukwekkende rij determinatiegidsen en andere vogelboeken verschenen. Hoe ik ook van boeken en vogels houd, ik ben al een poos geleden opgehouden vogelboeken te verzamelen. Mijn kast is vol. Echter mijn nieuwsgierigheid naar nieuwe uitgaven is gebleven.

Zo stuitte ik vorige maand bij mijn boekhandel op de Nederlandsche Vogelen, een boek als een forse stoeptegel  Lees verder Nederlandsche Vogelen

Ode aan de duisternis

Ik heb weinig met ‘dagen-van’. Wat moet ik met Dag van de linkshandigen, Dag van de gratis bezorging, Dag van de arbeid, Dag van de huismeester, Valentijnsdag, Dag van de hond, Dag van de slager, Dag van de belegger, Dag van de bouw, Dag van de regio?
Ik gun elke belangenclub zijn eigen feestje, maar val mij er niet mee lastig.

Een uitzondering maak ik voor Nacht van de nacht, de jaarlijkse ode aan de duisternis, in de nacht dat we onze klokken een uur terugzetten. Dit gáát tenminste ergens over.
Natuur- en milieuorganisaties vieren de Nacht met excursies in natuurgebieden, met spannende verhalen, voorlichting over duurzame en natuurvriendelijke verlichting en door bezoekers met sterrenkijkers een blik te gunnen op de hemellichamen boven ons.

Duisternis zit in onze moderne en verwende samenleving flink in het verdomhoekje.  Alsof we er last van hebben. Raar, want er valt aan en in de duisternis juist zoveel te beleven. Lees verder Ode aan de duisternis

De laatste sperwers en terminale eiken

Het gaat niet goed met de bossen op arme zandgronden: roofvogels verdwijnen en bomen sterven. Wat is er aan de hand?  In de bossen bij Ede laat ik me door onderzoekers informeren, samen met bosbeheerders. Die willen vooral weten: hoe red ik mijn bos?

De groep groen-grijs geklede mensen loopt dwars door het open bos op de Noord Ginkel. Kritisch beoordelen zij de grove den, lariks en vrijwel bladloze zomereik. De beheerders moeten al langer aanzien dat in bossen op voedselarme bodems veel planten en dieren verdwijnen. De oorzaak hiervan is nu eindelijk bekend.

Onderzoeker Arnold van den Burg van Stichting Biosfeer: “Jullie zien dat de eiken op instorten staan. Die bladschaarste komt niet door rupsen – die wíllen hier niet eens eten. De eiken zijn doodziek. Lees verder De laatste sperwers en terminale eiken