Categoriearchief: landschap

Meer melk geeft meer poep

Ik heb een zwak voor koeien. Zoals die grote beesten eigenwijs door het frisgroene weiland soppen – meestal traag van beweging, soms verrassend snel – wie is daar niet gevoelig voor?
Grazende koeien in vochtig grasland bij KamerikZe zijn sociaal, intelligent, nieuwsgierig, ruiken lekker (naar verse volle melk) en zijn bovenal fotogeniek. Ik ken maar maar weinig dames die zo bereidwillig én zonder ijdelheid voor mijn camera poseren.

Daarom zou ik blij moeten zijn nu de Europese Unie het melkquotum in de wilgen heeft gehangen. Boeren mogen per 1 april ongestraft meer melk op de markt brengen. Dat gaan ze ook zeker doen (volgens onderzoekers wel 20% meer binnen 10 jaar). Meer melk betekent dus meer fotogenieke dames in de wei… (denkt de romanticus).

Koeien in Gronings weidelandschapWas het maar zo. Boeren zien geen charmante dames. Zie zien alleen uiers; hoe groter hoe beter. Boeren zien ook liever geen bloemrijk grasland met weidevogels, waar hun dieren zelf hun maaltijd bij elkaar happen. Dat geeft maar gedoe. Liever maaien ze de eenvormige raaigrasmat en voeren de computergestuurde beesten in de stal – dat is effectiever en voorkomt veel uitstoot van mest en kwalijke gassen. Geef de ondernemers eens ongelijk.

Ik heb het er wel moeilijk mee, met de lege kunstgraslanden en de grote volle stallen. Ik zal mijn dames buiten missen, en ook de bloemen, en de weidevogels, en de vlinders, en de vissen.
Maar dan wil ik mijn dames ook niet meer ruiken!

Onderweg in Israël

Genietend van de krachtige lentezon en het exotische landschap van getijdenpoeltjes en witte krijtrotsen tegen een strak blauwe lucht hoorde ik ineens een vertrouwd gekwetter: een groepje boerenzwaluwen dat de kustlijn volgde naar het noorden.
IMG_2531Dat was precies twee weken geleden, aan de Israëlische Middellandse Zee, vlakbij de grens met Libanon. Die middag zag en hoorde ik nog veel meer boerenzwaluwen; ze vlogen opvallend gericht – zeg maar gehaast. Overduidelijk vogels die in Afrika overwinterd hadden en die nu terugkeerden naar hun broedgebied in Europa, misschien wel naar Nederland…

De meeste vogels steken niet graag grote watervlaktes over, zij volgen veel liever de kust. Dat is veiliger. Om de omweg niet al te groot te maken vliegen zij scherp aan de kust, dat is bovendien gemakkelijker navigeren. IMG_2490De vele miljoenen vogels die jaarlijks tussen Afrika en Europa trekken kiezen bij de Middellandse Zee voor een westelijke (via Gibraltar) dan wel een oostelijke route. Omdat de vogels bij voorkeur ook niet over de (Syrische) woestijn vliegen vernauwt de oostelijke trekbaan zich boven Israël tot een smalle strook.

Het noord-zuid georiënteerde dal van de Jordaan is voor veel vogels een favoriete reisroute. In dit vruchtbare gebied vinden zij voedsel, dekking en water – dat geeft ze gelegenheid om even bij te tanken of uit te rusten op hun lange reis. Tweemaal per jaar persen zich 500 miljoen vogels door deze groene vlakte die begrensd wordt door de bergruggen van Galilea en de Golan. Na de stichting van de staat Israël zijn hier met grote ijver wetlands drooggelegd, voor de landbouw en tegen de malaria. Maar gelukkig zijn enkele kleine gebieden gespaard. Natuurgebieden waar in deze tijd van het jaar naast broedvogels ook veel trekvogels gebruik van maken. Dat wilde ik natuurlijk wel eens zien.

Hula
Het bezoekerscentrum van natuurpark Hula Agamon Lake had door de drukte en vele kraampjes veel weg van een markt. Mensen die het uitgestrekte park in wilden verdrongen zich bij de elektrische golfwagentjes, de vele soorten fietsen en de excursiebussen. Wij vielen uit de toon omdat we besloten te gaan lopen. De eerste kilometers liepen we langs strakke landbouwpercelen. Maar niet getreurd, want ik zag op de akkers sporenkievit, in de sloten kleine zilverreiger en in de lucht hoorde ik de bibberende roep van de regenwulp en het gejubel van de veldleeuwerik. Het meest weldadig was echter de overrompelende stilte. Stel je eens voor, regelmatig hoorde ik niets: geen auto, geen machine, geen geroep, nog geen geritsel – alsof er iets mis was met mijn oren. Door die stilte merkte ik direct dat er hoog boven onze hoofden iets sensationeels stond te gebeuren.

Lees verder Onderweg in Israël

Hoogveen – land van de kraanvogel

Een studiedag voor boswachters en natuurbeheerders bracht mij twee weken geleden naar het Fochteloërveen. Hier op de grens van Drenthe en Friesland ligt een restant van het ooit uitgestrekte hoogveenlandschap. Natuurmonumenten heeft nog net een snipper weten te redden. Een snipper die niet afgegraven en vermalen is tot turf, potgrond of norit. Een snipper die groot genoeg is om een indruk te krijgen hoe nog maar enkele eeuwen geleden een groot deel van ons land erbij lag: kaal, onvriendelijk en ontoegankelijk veenmoeras.

Kraanvogel
Het zeiknatte hoogveenmoeras is geen land voor mensen, maar des te meer voor aan dit extreme milieu aangepaste planten en dieren. Met de ontginningen is het meeste daarvan uit ons land verdwenen. Maar sinds natuurbeheerders en onderzoekers steeds effectiever zijn in het herstel van het hoogveenlandschap keren ook langzaam de bijzondere soorten terug: de planten, libellen, vlinders en vogels, waaronder mijn favoriet: de kraanvogel.

Goed ontwikkelde hoogveenvegetatie, FochteloërveenHoogveenherstel was ook het thema van de studiedag. Tijdens de excursie zagen we veel kenmerkende planten: een tiental veenmossoorten, lavendelheide, dophei, wollegras, snavelbies, kleine veenbes en gagel. De beheerders toonden hoe zij met dammen en kades steeds beter weten te voorkomen dat regenwater naar het lagergelegen landbouwgebied stroomt.

Vogels lieten zich op deze grauwe winterdag nauwelijks zien. Stiekem hoopte ik een glimp op te vangen van de schuwe koning van het hoogveen: de kraanvogel. Deze sierlijke moerasvogel is na eeuwen afwezigheid hier weer als broedvogel terug. Helaas was ik te vroeg: de trekvogels waren nog niet terug uit hun overwinteringsgebied. De eerste week van maart is de normale tijd dat ze terugkeren, of met duizenden over ons land heen vliegen naar Oost-Europa en Scandinavië.

Gisteren hoorde ik dat dat de kraanvogels van het Fochteloërveen weer terug zijn. Ze baltsen dat het een lieve lust is. Dat gaat gepaard met spectaculaire springerige dansen en melodieus getrompetter. Ik moet dus nodig terug! Lees verder Hoogveen – land van de kraanvogel

Spetter oranje in zwart-witlandschap

De wind snijdt in mijn gezicht, gaat dwars door mijn jas. Miljoenen sneeuwvlokjes trekken witte draden over het zand, prikken in mijn ogen. Achter de wapperende vitrage markeren grauwwitte ijsschotsen de vloedlijn, zo ver het oog reikt.

Is dit werkelijk Nederland?
Het brede strand is verlaten – ongastvrij onder loodzware wolken.
Zelfs geen vogel laat zich zien in deze ijzige wereld.
Of toch?

In de luwte van een ijsklomp ligt een donkere bol. Gitzwart fluweel, zie ik als ik dichtbij ben. De hoge brede snavel verrast me: zwart met een feloranje vlek. Eindelijk een spetter kleur in dit troosteloze zwart-witlandschap.

Onbewogen kijkt de zwarte zee-eend naar me op. Ondoorgrondelijk taxeren de dieppaarse ogen mijn reusachtige lijf.
Betekent zijn rust vertrouwen, of is het berusting? Ligt die linkerpoot daar half onder zijn vleugel vanwege de kou, of is het gebroken? Is dit zijn eindstation of slechts een tussenstop?

In verwarring loop ik verder. Als ik later omkijk is er geen spetter oranje meer te zien.

HvdB20100218-007

 

 

Komt dit verhaal je bekend voor? Dat kan, het stond in de onvolprezen Natuurscheurkalender 2013. Op mijn website vind je meer korte natuurverhalen.

Stuifsleuven voor vitaler duin

In een tijd van klimaatverandering en zeespiegelstijging heb je als duinbeheerder wel wat uit te leggen als je gaat graven in de zeereep.
Want anderhalve eeuw lang is er overal aan de kust hard gewerkt om de buitenste duinrijen om te bouwen tot aaneengesloten zanddijken. Hoe strakker en hoger, hoe veiliger – was het idee.
Duizenden mensen hebben hier hun brood verdiend met helm planten, bestrijden van konijnen en het achter prikkeldraad houden van zwerflustige wandelaars. Want kaal zand dat was taboe, dat zou immers kunnen gaan stuiven…

HvdB20140415-014
duinviooltje

En nu vreten graafmachine grote gaten in het duin…
Nieuwe inzichten leren dat die smalle kunstmatige duinrijen toch niet zo veilig zijn. Duinen kunnen beter bewegen, en het zand stuiven. Dat zorgt op termijn voor een grotere zandmassa en het voorkomt dat de natuur in het duin veroudert (wat nu extra snel gaat door de stikstofdepositie).

Meer kaal zand en minder helm en struweel is ook goed voor de biodiversiteit. Een meer gevarieerd milieu met minder hoge begroeiing biedt meer kans aan kleine karakteristieke planten, insecten en vogels. Het helpt soorten als duinviooltje, zandhagedis, blauwvleugelsprinkhaan en tapuit.

Lees verder Stuifsleuven voor vitaler duin

Hedwige – van bieten en populieren naar getijdengebied

Goed nieuws voor de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. De Raad van State besloot gisteren dat de landbouwpolder definitief moet worden teruggeven aan de natuur. Met het verleggen van de dijken wordt het wetland langs de Westerschelde uitgebreid met 295 hectare. Eindelijk kan begonnen worden aan het inrichtingsplan dat al jaren klaar ligt.

Natuurlijk, het is zuur voor de eigenaar en het handjevol bewoners. Maar de natuur vaart er wel bij. Want ondanks de mooie verhalen van fans, zo fraai is de polder niet. Het afgelegen gebied, op de grens tussen Bergen op Zoom en de kerncentrale van Doel, is pas recent ingepolderd (in 1907). En dat is te zien: grootschalig, planmatig en rechtlijnig. Dat in deze landbouwpolder aan natuur en landschap weinig valt te beleven heb ik vaker met eigen ogen kunnen zien. Het mooiste vond ik nog de polopaarden van de poldereigenaar. Voor de rest was het armoede troef.

Verdronken land van Saeftinghe
Verdronken land van Saeftinghe

Nee, klim dan eens de dijk op en kijk uit over het slikken- en schorrengebied van de buren. Let op de kluten, grutto’s, en zilverplevieren die in de kreken hun voedsel zoeken. Hoor de wulpen en ganzen. En zie de uitgestrekte vlaktes lamsoor en zeekraal – planten die perfect zijn aangepast aan het brakke water waarin ze tweemaal per 25 uur worden ondergedompeld. Het verschil tussen eb en vloed is hier ronduit spectaculair: Lees verder Hedwige – van bieten en populieren naar getijdengebied