Categoriearchief: natuur in de stad

Kapstok

Het wil maar niet wennen, die dubbele kapstok in de tuin van de buren. Vorige week nog stond daar een trotse esdoorn met een wijd gespreide kroon. De trots van de straat. Geliefd bij vogels, vleermuizen en alle omwonenden. Zeldzaam hoogopgaand groen in de stenen jungle van deze binnenstadswijk.

De boomverzorger had duidelijk zin in deze klus. Gezekerd aan lange touwen jongleerde hij snel en soepel over de takken en vergat niet zijn gevaarlijke speeltje – de motorkettingzaag – regelmatig te laten janken. Binnen een paar uur was het gepiept. Nog nooit stond dat lelijke schoolgebouw zó dichtbij.

De buurman opdrachtgever was op de bewuste dag niet thuis. Hij kan er nog steeds niet over uit hoe zijn toch duidelijke instructie leidde tot dit afzichtelijke resultaat. ‘Graag de klimop van de boom verwijderen en die twee, drie vervaarlijk overhangende takken boven het dak van de school’, dat was alles wat hij vroeg.

Kandelaberen noemen boomverzorgers deze operatie. Misschien is deze drastische snoei voor zo’n oude boom met dubbele stam zo gek nog niet… Ik durf het niet te zeggen: ik weet veel van bosbeheer maar niets van dit soort fratserij. In elk geval, het ding ziet er nu niet uit. Een boom onwaardig. En het is zeer de vraag of het slachtoffer ooit weer een beetje in model komt. (Optimistisch als ik ben ga ik er maar vanuit dat de taaie rakker de meervoudige amputatie overleeft…)

Ik kan niet wachten tot de takken weer gaan uitlopen en de kapstok zich weer tot esdoorn ontplooit. Boomverzorgers, vertrouw ze nooit!

Stekelige bondgenoot

Goed nieuws van het slakkenfront.
De afgelopen week zag ik opvallend weinig naaktslakken. Een groot verschil met de periode ervoor, waarin vrouwlief en ik vele families naar het spoortalud dwongen te emigreren. Dat komt ervan als je je tuin langere tijd onbeheerd achterlaat: als beesten zijn die glibbers tekeer gegaan.

Gisterenavond deden we een sensationele ontdekking. Vanaf onze veranda hoorden we in de duisternis ‘iets’ met veel misbaar achter in de tuin rondscharrelen. Het gekraak van blad klonk anders dan bij een kat, maar wat? Een muis, een rat, of…?
Dichterbij geslopen zagen we eerst niets, toen bewegende plantendelen, en daar zat ie ineens: een egel – vlak voor onze neus.
Van schrik durfden wij nauwelijks te bewegen, de egel idem.

Blij met onze gast kropen wij terug naar de veranda, om daar op gepaste afstand de egel te volgen. De hamvraag was: eet dit beestje onze heerlijke malse naaktslakken, ja of nee? Veel zagen we niet van de rooftocht. Maar op gehoor konden we de jager goed volgen. Onze oren registreerden krakende slakkenhuizen, vriendelijk gebrom en zelfs een nies. Als gedreven wildspotters hingen wij over de balustrade, gepitst op het kleinste egelscheetje. Maar hoe klinkt het opslobberen van een vette naaktslak?

Vrouwlief zei dat ze deze geluidjes ook voorgaande avonden had gehoord. Vrouwlief beweerde na het tweede glas wijn zelfs twéé egels in onze achtertuin te spotten…
De hoogste tijd om het bed op te zoeken.

Nog steeds weet ik niet zeker of naaktslakken in de smaak vallen bij onze egel(s). Maar ook vanmorgen heb ik nauwelijks een slak gezien.

update slakkenoorlog

Hier een terugmelding van het front. Aan allen die met ons meeleven, hoe wij ‘s nachts wakker gehouden worden door synchroon raspende naaktslaktandjes, klinkend vanuit voor- en achtertuin.
In mijn vorige bericht over onze oorlog met deze glibberige veelvraat beschreef ik dat vrouwlief was overgegaan tot het vangen. De afgelopen maand leegde zij liefdevol talrijke emmers met levende inhoud in het sappig begroeide spoorwegtalud.

Ik kan niet zeggen dat het een succes was, want de emigratie van ruim 1000 diertjes is de tuin niet aan te zien. Nog steeds is het daar ’s ochtends een drukte van belang. Aan de andere kant: wat zou er gebeurd zijn zonder deze actie? Dan kropen de slakken misschien wel rond ons bed!

In elk geval vrouwlief vond het tijd voor meer effectieve alternatieven. Ook biologisch, dat spreekt. Een behulpzaam nichtje uit Vlaanderen gaf een veelbelovende tip. Sinds gisteren vangen we dus met  Leffe, een badje Leffe Bruin om precies te zijn. Deze geïntegreerde bestrijding – want we vangen ook nog steeds  gewoon ‘droog’ – lijkt te werken: de emmer vanmorgen was driedubbel zo gevuld.

Dat de bierval diervriendelijk is, durf ik niet te zeggen: veel beweging was er niet in de emmer. De dieren waren naast zwaar gedrogeerd, mogelijk al verzopen…
Maar dat mag de pret niet drukken. Vrouwlief stapt weer vrolijk door de tuin.
Dat zal niet alleen door de trappistennevel zijn.

Onze merel en het moordwijf van schuinboven

Precies een jaar geleden was het, ik zal het niet snel vergeten. Toen hipte dit mereltje plotsklaps rond in onze tuin. Net uit het nest, nog niet in staat om te vliegen, bekeek het de wereld met grote onbevangen ogen. Zich niet bewust van goed en kwaad.

Pa en ma merel deden hun uiterste best hun kind wat overlevingswijsheid bij te brengen. Daar kan je in deze grote gevaarlijke stad niet vroeg genoeg mee beginnen. De zorgzame ouders hanteerden een gevarieerd arsenaal aan piepjes en kreten  om hun peuter bij te sturen. Met wisselend succes. Want wat begrijpt zo’n uk van volwassen-mereltaal? Daarbij, het zelf ontdekken van de nieuwe wereld vereist alle aandacht.

HvdB20150601-002aVanaf de grond ziet die plantenjungle er natuurlijk vreselijk spannend uit. Bodembedekkers worden bosschages en struikjes heuse woudreuzen. Wat kronkelen daar voor roze beestjes en waarom spettert dat kleine vogeltje in het water?

En wat stormt daar op die smalle plank naar beneden?

Lees verder Onze merel en het moordwijf van schuinboven

Oorlogsgebied

Onze tuin heeft twee gezichten. Kijk je oppervlakkig dan zie je een bonte bloemenzee op een tapijt van tig tinten groen.
Achtertuin BetuwestraatDit is het uitzicht waar wij zo van genieten, vanuit huis en vanaf veranda – wij kunnen er niet genoeg van krijgen. Laat het altijd mei zijn!

Maar onder die kleurige oppervlakte heerst terreur en woedt een heimelijke oorlog.
Niks vrolijkheid, het is een regelrechte tragedie. ’s Nachts komen ze tevoorschijn, met honderden, wat zeg ik, duizenden!
In ongeregelde formatie rukt het glibberige leger op naar onze planten. Het tuig weet precies wat ons het dierbaarst is, daar gaan ze het eerst op af: de net geplante kruiden, de bontst bloeiende bloemen.

Door naaktslakken aangevreten blad van smeerwortel in tuinAls je goed luistert hoor je duizenden tandjes raspen, stukken blad en stengel ploffen op de grond. Dat trekt de aandacht van nog meer hongerig krijgers die met bloeddoorlopen ogen op steeltjes uit holen en spleten kruipen. Ze trekken een spoor van dood en vernieling, dat ze achteloos bedekken met spottend slijm.

Vrouwlief kon het niet langer aanzien en heeft de tegenaanval geopend. Vroeg in de ochtend, als de bodem nog vochtig is, gaat zij op jacht. Met emmer en schopje volgt zij de glimmende sporen. De roodbruine soldaten liggen nog slaapdronken uit te buiken, te vadsig om te vluchten. Plop, plop, plop klinkt het in de emmer. De eerste vijftig zijn vlot gearresteerd. Maar dan?

Lees verder Oorlogsgebied

Blij met asfalt

Bah, moet dat nu? Sacherijnig was ik toen ik het plan zag om in het uiterwaardpark waar ik wekelijks kom ‘de recreatieve infrastructuur te verbeteren’. Ik vreesde het ergste: in gedachten zag ik de smalle rommelige dijkjes verdwijnen onder rechtlijnig asfalt. En wat zou er overblijven van de paradijselijke weitjes in het wilgenwoud, waar nu slechts vogels, grazers en bever komen (en ikzelf natuurlijk) als het straks gevangen werd in een fijnmazig padennet?

Ik weet het, Meinerswijk is er ook voor mensen. Bovendien is het geen afgelegen wildernis; het ligt in het hart van de stad, op nog geen tien minuten fietsen van het centraal station. Maar toch…
Het gebied was tot nog toe zo prettig ruig, zo fijn niet-aangeharkt, een tikkeltje avontuurlijk zelfs. Ik kon me hier heel ver weg voelen, maar was feitelijk toch vlakbij mijn huis…

Eind vorig jaar is het asfalt van het nieuwe fietspad uitgerold. Ik geef toe: ik ben aangenaam verrast. Het pad volgt een spannende route en verbindt verschillende uiterwaarden. Hierdoor zijn langs de rivier aantrekkelijke nieuwe fiets- en wandelmogelijkheden ontstaan. Ik maak er regelmatig gebruik. En met mij vele anderen. De Gallowayrunderen tonen zich de meest dankbare gebruikers, ze zijn nauwelijks van het asfalt te slaan!

Meinerswijk heeft gelukkig nog steeds zijn rustige ruige plekken. En ik ervaar dat het asfalt zelfs voordelen heeft: na perioden met veel regen of een hoogwater hoef ik niet meer in hoge laarzen door zompige klei te modderen. Nu wandel of fiets ik ontspannen over het stevige pad terwijl mijn ogen spieden naar vogels in de natte wildernis: blauwe en zilverreigers, aalscholvers ganzen, futen, krakeenden, bergeenden. Overal in de wilgen klein zingend spul. Op een paaltje maakt een koekoek flink kabaal; hoog boven me schroeft een slechtvalk.

Verrassing

Wel een keer of twee per week bezoek ik de bosrijke stadsparken hier aan de overzijde van het spoor. Na zoveel jaren ken ik het gebied als mijn broekzak. Dat klinkt saai, maar is het niet. Ik weet precies wanneer de dotterbloemen bloeien, waar de dikste eiken staan en vanaf welke takken de ijsvogel naar visjes tuurt. De meest markante bomen en vogels worden als kennissen, bijna als buren –
ik groet ze nog net niet.

Nee, grote avonturen maak ik in deze achtertuin niet meer mee. Toch valt er ook voor mij veel te beleven. De lol zit in kleine gebeurtenissen en nieuwe ervaringen: damherten die met veel vaart tikkertje spelen, een zonnende groene specht op een molshoop, de havik die rakelings tussen de beuken jakkert.

Wegduiken
Heel soms weet de natuur mij nog flink te verrassen. Een week geleden zag ik vanuit mijn ooghoek in een smalle bosvijver ‘iets’ wegduiken. Het was geen meerkoet of mandarijneend – andere watervogels zie ik hier weinig. Maar wat was het dat wel? Toen het na handvol seconden met een flinke vis in de snavel weer boven water plopte, herkende ik direct het nonnetje (een wijfje). Spectaculair, want dit kleine eendje, lid van de zaagbekfamilie, zie ik zelden. En hier midden in de stad al helemaal niet! Deze visspecialist is alleen ’s winters in ons land, zit dan op grote wateren zoals IJsselmeer en rivieren. Lees verder Verrassing

Dilemma: voeren of niet?

In deze winter die maar geen winter wil worden discussiëren vogelvrienden weer over de zin en onzin van het voeren van vogels.
Tegenstanders van voeren zeggen: zeker in deze kwakkelwinter hebben vogels die extra voedingsstoffen helemaal niet nodig.
Stoppen dus.
Voorstanders echter beweren dat vogels het tegenwoordig zó moeilijk hebben, dat we ze met voer moeten helpen om te overleven – niet alleen ’s winters, maar gedurende het hele jaar.

Wat ik ervan vind?
Mijn gezonde verstand zegt: blijf dicht bij de natuur en ga terughoudend om met voer. Vogels hebben het miljoenen jaren kunnen redden zonder vetbollen, vogelpindakaas en Premium zonnebloempitten.
In plaats van ze te voeden vanuit potjes en zakjes is het zinvoller de ‘natuurlijke’ leefomgeving van de vogels te verbeteren. Als je een tuin hebt – mooi – zorg dan voor veel variatie in groen: voor besdragers en planten met veel zaden, voor scharrelhoekjes, voor muren met kamperfoelie en klimop (goed voor insecten, bessen én nestplaatsen).

Veel mogelijkheden liggen op straat: bij boomspiegels, overhoekjes of de grote oppervlakte die nu door trottoirs en parkeerplaatsen wordt opgeslokt. Wees burgerlijk ongehoorzaam en maak tuintjes van die kale boomspiegels: plant en zaai. Lees verder Dilemma: voeren of niet?