Tagarchief: duurzaam

Geen melk zonder poep

Nederland komt om in de poep, het loopt ons over de schoenen. Poep van varkens, poep van kippen, poep van koeien. Dat komt ervan als je als klein landje meent te moeten produceren voor de wereld. Boeren rekenen zich rijk en dromen van mondiale afzetmarkten, nu zijn hun ogen op het gigantische China gericht. Met miljoeneninvesteringen weten boeren nóg meer vlees, eieren en melk te exporteren. Aan dit “succes” zit echter een pittig luchtje.

In de al te rooskleurig opgestelde businessmodellen staren boeren en banken zich blind op hun mooie producten, maar ze vergeten de afvalstroom: de megaberg poep.

Het principe van de melkfabriek koe is zeer eenvoudig: aan de voorkant stop je er planten en water in, na bewerking komt er van achteren melk en poep uit.
Meer melk betekent dus ook: meer poep. Zouden onze hoog opgeleide boeren op hun hightechboerderijen dit echt vergeten zijn, toen zij een jaar geleden – na de opheffing van het melkquotum – direct meer melk gingen produceren? De Nederlandse turbokoeien schijten als de besten. Ze hebben het afgelopen jaar zoveel extra gescheten dat het poepplafond bereikt is. Gelukkig verbiedt nu Europa, dat onze veiligheid bewaakt, onze melkveehouders het milieu nog verder te bezwangeren met poep (eigenlijk fosfaat).

Deze krachtige Europese voet op de rem is noodzakelijk, want anders houden we hier in de natuur slechts poepsoorten en poeplandschappen over. Helaas hebben veel kwetsbare planten en dieren de afgelopen decennia al het veld geruimd. Voor hen is het te laat.

IMG_5453Is er nog een weg terug, een oplossing in het poepprobleem? Ja, zelfs verschillende wegen. De gemakkelijkste weg is: minder vlees, eieren en melk produceren, dan ontstaat automatisch minder poep. Een meer gecompliceerde manier is het fosfaat in de poep zó opvangen en verwerken dat deze niet als hinderlijke afvalstof zomaar vrijkomt, maar elders in de wereld als grondstof nuttig gebruikt kan worden.

Mijn oplossing: exporteer naast pakken melkpoeder ook zakken koemestkorrels naar China (er gaan genoeg lege containers die kant op).

Van bruinkool naar zon en wind

Na drie weken fietsen in Duitsland is het mij duidelijk dat onze oosterburen serieus werk maken van het overschakelen naar duurzame energiebronnen. Op het platteland, buiten bossen en natuurgebieden, reed ik langs vele tientallen windmolenparken. En ik moet zeggen: landschappelijk heel netjes ingepast.
Zonnepanelen op terrein van Waternet, VogelenzangZonnepanelen zag ik werkelijk overal: op nieuwbouw, op oudbouw; vele daken van hallen en stallen waren er compleet mee bedekt. Regelmatig gingen uitgestrekte velden verscholen onder batterijen panelen – mijn eerste kennismaking met zonneboeren.

Vergelijk dat eens met de situatie in Nederland. Hier zijn grote windmolenparken op de vingers van enkele handen te tellen en zonnepanelen zijn eerder rariteit dan normaal.
HvdB20150701-009Terwijl Duitsland zijn kerncentrales sloot en duurzame energieopwekking ruimhartig subsidieerde, bouwde Nederland nog zwaar vervuilende kolencentrales en sloot gascontracten met vriend Poetin. Als we niet goed oppassen, kiezen Rutte & co straks zelfs voor frakken van schaliegas.
Alsof er in ons land zoveel minder wind en zon is dan bij de oosterburen…

Niet dat de situatie in Duitsland ideaal is. Het kan altijd beter. Zo stuitte ik na twee weken fietsen toch nog op een relict van de oude energiepolitiek: Kraftwerk Jänschwalde bij Cottbus, een grote traditionele energiecentrale (3000 Megawatt) waar vooral bruinkool wordt gestookt. Binnen de EU staat deze energiecentrale op de derde plaats als het gaat om CO2-uitstoot.

Maar ik moet toegeven: de dampwolken boven de koeltorens leveren bij het juiste licht wel heel spannende plaatjes op.