Tagarchief: wetland

In de val

Het zal je maar gebeuren, dat je als onbevreesd roofdier sneuvelt in de tentakels van een nietig plantje. Deze juffer was gedurende een handvol weken de heerser van het moeras. Met zijn dubbelpaar vleugels surveilleerde hij als een jachtvliegtuig boven het ven, altijd waakzaam, altijd hongerig. Zodra het slanke diertje ’s ochtends opgewarmd was ging het de lucht in. Met zijn grote ogen scande het de omgeving af, op zoek naar prooi. Geen mug of vlieg die tussen de brede kaken paste was veilig. Vliegensvlug was de rover, zijn kaken beresterk.

Natuurlijk had de felle jager zelf ook belagers: zwaluwen, grotere libellensoorten, de boomvalk. Maar dit risico was letterlijk te overzien. Gewoon en kwestie van de hemel goed in de gaten houden. En dat is tweede natuur voor de libellen – je hebt niet voor niets van die gigantische ogen.

En dan te bedenken dat deze ranke vlieger als larve al een heel leven als waterdier achter de rug had. Gedurende soms wel enkele jaren scharrelde het als onderwatermoordenaar in het ven zijn kostje bij elkaar. Eitjes, kikkervisjes, insecten, kleinere larven, zelfs soortgenoten – niets was veilig voor de rover. Een lange voorbereiding om na het verpoppen enkele weken in vol ornaat te kunnen vliegen. Alles in dienst van de voortplanting, want dit moest in deze hoogtijdagen ook nog plaatsvinden.

Soms wil zelfs een machtige macho even rusten, om bij te komen en te dromen van het allerslankste juffervrouwtje.  Wel sullig om dan juist op de kleverige vangarmen van zonnedauw te landen. Het is deze vleeseter met zijn oogstrelende glitter en blingbling weer eens gelukt. Langzaam, tergend langzaam buigen de bladeren zich om de prooi, spijsverterende sappen komen vrij en de maaltijd kan beginnen.

Blij met asfalt

Bah, moet dat nu? Sacherijnig was ik toen ik het plan zag om in het uiterwaardpark waar ik wekelijks kom ‘de recreatieve infrastructuur te verbeteren’. Ik vreesde het ergste: in gedachten zag ik de smalle rommelige dijkjes verdwijnen onder rechtlijnig asfalt. En wat zou er overblijven van de paradijselijke weitjes in het wilgenwoud, waar nu slechts vogels, grazers en bever komen (en ikzelf natuurlijk) als het straks gevangen werd in een fijnmazig padennet?

Ik weet het, Meinerswijk is er ook voor mensen. Bovendien is het geen afgelegen wildernis; het ligt in het hart van de stad, op nog geen tien minuten fietsen van het centraal station. Maar toch…
Het gebied was tot nog toe zo prettig ruig, zo fijn niet-aangeharkt, een tikkeltje avontuurlijk zelfs. Ik kon me hier heel ver weg voelen, maar was feitelijk toch vlakbij mijn huis…

Eind vorig jaar is het asfalt van het nieuwe fietspad uitgerold. Ik geef toe: ik ben aangenaam verrast. Het pad volgt een spannende route en verbindt verschillende uiterwaarden. Hierdoor zijn langs de rivier aantrekkelijke nieuwe fiets- en wandelmogelijkheden ontstaan. Ik maak er regelmatig gebruik. En met mij vele anderen. De Gallowayrunderen tonen zich de meest dankbare gebruikers, ze zijn nauwelijks van het asfalt te slaan!

Meinerswijk heeft gelukkig nog steeds zijn rustige ruige plekken. En ik ervaar dat het asfalt zelfs voordelen heeft: na perioden met veel regen of een hoogwater hoef ik niet meer in hoge laarzen door zompige klei te modderen. Nu wandel of fiets ik ontspannen over het stevige pad terwijl mijn ogen spieden naar vogels in de natte wildernis: blauwe en zilverreigers, aalscholvers ganzen, futen, krakeenden, bergeenden. Overal in de wilgen klein zingend spul. Op een paaltje maakt een koekoek flink kabaal; hoog boven me schroeft een slechtvalk.

Hoogveen – land van de kraanvogel

Een studiedag voor boswachters en natuurbeheerders bracht mij twee weken geleden naar het Fochteloërveen. Hier op de grens van Drenthe en Friesland ligt een restant van het ooit uitgestrekte hoogveenlandschap. Natuurmonumenten heeft nog net een snipper weten te redden. Een snipper die niet afgegraven en vermalen is tot turf, potgrond of norit. Een snipper die groot genoeg is om een indruk te krijgen hoe nog maar enkele eeuwen geleden een groot deel van ons land erbij lag: kaal, onvriendelijk en ontoegankelijk veenmoeras.

Kraanvogel
Het zeiknatte hoogveenmoeras is geen land voor mensen, maar des te meer voor aan dit extreme milieu aangepaste planten en dieren. Met de ontginningen is het meeste daarvan uit ons land verdwenen. Maar sinds natuurbeheerders en onderzoekers steeds effectiever zijn in het herstel van het hoogveenlandschap keren ook langzaam de bijzondere soorten terug: de planten, libellen, vlinders en vogels, waaronder mijn favoriet: de kraanvogel.

Goed ontwikkelde hoogveenvegetatie, FochteloërveenHoogveenherstel was ook het thema van de studiedag. Tijdens de excursie zagen we veel kenmerkende planten: een tiental veenmossoorten, lavendelheide, dophei, wollegras, snavelbies, kleine veenbes en gagel. De beheerders toonden hoe zij met dammen en kades steeds beter weten te voorkomen dat regenwater naar het lagergelegen landbouwgebied stroomt.

Vogels lieten zich op deze grauwe winterdag nauwelijks zien. Stiekem hoopte ik een glimp op te vangen van de schuwe koning van het hoogveen: de kraanvogel. Deze sierlijke moerasvogel is na eeuwen afwezigheid hier weer als broedvogel terug. Helaas was ik te vroeg: de trekvogels waren nog niet terug uit hun overwinteringsgebied. De eerste week van maart is de normale tijd dat ze terugkeren, of met duizenden over ons land heen vliegen naar Oost-Europa en Scandinavië.

Gisteren hoorde ik dat dat de kraanvogels van het Fochteloërveen weer terug zijn. Ze baltsen dat het een lieve lust is. Dat gaat gepaard met spectaculaire springerige dansen en melodieus getrompetter. Ik moet dus nodig terug! Lees verder Hoogveen – land van de kraanvogel

Hedwige – van bieten en populieren naar getijdengebied

Goed nieuws voor de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. De Raad van State besloot gisteren dat de landbouwpolder definitief moet worden teruggeven aan de natuur. Met het verleggen van de dijken wordt het wetland langs de Westerschelde uitgebreid met 295 hectare. Eindelijk kan begonnen worden aan het inrichtingsplan dat al jaren klaar ligt.

Natuurlijk, het is zuur voor de eigenaar en het handjevol bewoners. Maar de natuur vaart er wel bij. Want ondanks de mooie verhalen van fans, zo fraai is de polder niet. Het afgelegen gebied, op de grens tussen Bergen op Zoom en de kerncentrale van Doel, is pas recent ingepolderd (in 1907). En dat is te zien: grootschalig, planmatig en rechtlijnig. Dat in deze landbouwpolder aan natuur en landschap weinig valt te beleven heb ik vaker met eigen ogen kunnen zien. Het mooiste vond ik nog de polopaarden van de poldereigenaar. Voor de rest was het armoede troef.

Verdronken land van Saeftinghe
Verdronken land van Saeftinghe

Nee, klim dan eens de dijk op en kijk uit over het slikken- en schorrengebied van de buren. Let op de kluten, grutto’s, en zilverplevieren die in de kreken hun voedsel zoeken. Hoor de wulpen en ganzen. En zie de uitgestrekte vlaktes lamsoor en zeekraal – planten die perfect zijn aangepast aan het brakke water waarin ze tweemaal per 25 uur worden ondergedompeld. Het verschil tussen eb en vloed is hier ronduit spectaculair: Lees verder Hedwige – van bieten en populieren naar getijdengebied