Tagarchief: herfst

Bladblazers en andere gektes

Een dreinend motorlawaai wekt me ruw. Het is weer zover. Ik spring uit bed naar het raam om de benzinedampen buiten te sluiten. De motorbende doet zijn ronde in onze wijk bij voorkeur als ik nog op een oor lig. Eerst komen de bladblazers, vervolgens de veegmachine. Maar vandaag klaag ik niet al te hard want het is waarschijnlijk de laatste keer dit jaar. De bomen zijn kaal.

Het zou verboden moeten worden. Niet het blazen, wel die luidruchtige en stinkende motoren. Welke viespeuk heeft de brulblazer in hemelsnaam uitgevonden? Was er iets mis met bezem of bladhark?

Ik weet nog precies wanneer ik dit apparaat voor het eerst in werking zag. Dat was in de lommerrijke Clematislaan in Aerdenhout, op 14 november 1984, toen ik op weg was naar de psychiater. Deze moest in opdracht van de minister van Defensie vaststellen of het goed zat in mijn bovenkamer, of ik wel een geweten had.
Vlak bij het huis van deze hooggeleerde zielknijper zag ik een mannetje in de weer met deze brulblazer. Het woei hard en de wind draaide alle kanten op. Het was een gevecht tussen mens en de elementen, wat deze mens glansrijk verloor. Want ondanks zijn inspanning blies de wind al dat lover met dezelfde kracht weer terug. Aan de bladermassa op straat was niet te zien waar het blaasmannetje was geweest.
Wie is hier nu gek, dacht ik.

De bladblazer is nu al jaren ingeburgerd. Iedereen met tenminste vijf vierkante meter tuin of oprit heeft zo’n ding in de schuur. Altijd handig om je buren mee te pesten.

Maar het kan nog gekker. Bij ProRail zijn ze zó bang voor herfstblad dat ze onlangs besloten hebben voor een nieuwe strategie: het kwaad bij de bron aanpakken. ProRail heeft de oorlog verklaard aan de bomen langs het spoor.
De hoogste tijd om het topmanagement van ProRail naar de psychiater te sturen. Ik weet nog wel een adresje.

O ja, mijn geweten is vastgesteld.

Een bos voor mezelf

Ik had het kunnen weten. Het fraaie herfstweer heeft vandaag wel erg veel mensen naar de Veluwse bossen gelokt. Ik baal een beetje terwijl ik vele klontjes senioren voorbijpeddel. Want al gun ik iedereen zijn portie natuur en frisse lucht, vanmiddag wens ik rust, absolute rust. Even geen schreeuwende sporters op mountainbikes of luid kwebbelende vriendinnen met kekke windjacks. En al helemaal geen gillende kinderen achter een bal. Egoïstisch – ja, ik weet het.
Gelukkig is er in dit uitgestrekte bosgebied, zelfs op dagen als deze waarop iedereen buiten lijkt te zijn, nog ruimte om je terug te trekken. Mits je de goede plekken weet.

Paddenstoelen in beukenbosVoorbij het Onzalige Bos – alleen die naam al – weet ik een spannend wild bos waar maar zelden bezoekers komen. Hier onder de kolossale beuken waan ik me in een middeleeuwse kathedraal waar niets de serene stilte doorbreekt. Of het moest de opgewonden roep van de zwarte specht zijn, of de havik die mijn komst met afkeuring begroet. Het bladerdak hoog boven me strooit een goudgeel licht over de bodem. De paddenstoelen glanzen en glimmen. Talrijke modderige zoelen duiden op wilde zwijnen, die ik helaas niet zie. Het bos geurt naar aarde, naar leven en vergankelijkheid.

Ik trap tegen een opgewaaide berg blad enPaddenstoelen in beukenbos klauter een heuvel op. Vanaf een omgewaaide boom overzie ik het bos, mijn bos.
Heel ver weg van thuis voel ik me hier. Het zou net zo goed een bergwoud in Tsjechië of Slovenië kunnen zijn. Kruipend op mijn knieën bekijk ik de wereld door mijn camera. Ik verlies me in slijmerige schimmels en rottende boomlijken, in keiharde tonderzwammen en fragiele porceleinzwammetjes.

Na twee uurtjes afzondering zijn mijn batterijen helemaal opgeladen en kan ik me weer onder de mensen begeven. Onderweg groet ik de eenzame fietser die ook huiswaarts keert.