Tagarchief: tuin

Tuinen van verwondering

Verbijsterd zat ik op 3 november voor de tv, gehypnotiseerd door de spannende kunstwerken die onder mijn ogen voorbijgleden. Ik zweefde over een lange rij bogen van Andy Goldsworthy die vanaf de heuvel geleidelijk in zee verdwenen; over twee uit de kluiten gewassen maar toch gracieuze dansers van Marijke de Goeij; een bijna megalomaan golvende muur van Richard Serra, en mijn favoriet: een gigantische rode toeter (of was het een verrekijker?) van Anish Kapoor die quasi nonchalant in het heuvelige grasland was achtergelaten. En nog veel meer.
Blessed (Anya Gallaccio), Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarIk keek naar de eerste aflevering van Tuinen van verwondering, een serie over de mooiste beeldentuinen van de wereld.
O, wat zou ik graag zélf dit landgoed van kunstverzamelaar Alan Gibbs in Nieuw-Zeeland bezoeken, in zijn helikopter over de beelden vliegen en in de avondschemering op zijn terras aan zee de bliksemmachine bedienen…

Dichtbij
Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarNaast dromen heb ik gelukkig ook dichter bij huis aantrekkelijke beeldentuinen. Een hele mooie ligt op fietsafstand: die van Kröller-Müller Museum in park De Hoge Veluwe – bij iedereen bekend, mag ik hopen. Veel minder bekend is Beeldentuin Clingenbosch in Wassenaar, de privécollectie van de Joop van Fountain II (Jean Tinguely Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarCaldenborgh, de eigenaar van het nieuwe museum Voorlinden, dat op steenworp afstand ligt. Ik ontdekte en bezocht deze doorgaans afgesloten tuin enkele maanden geleden. Ik kan het liefhebbers van moderne beeldhouwkunst aanbevelen. (Een bezoek kan je reserveren via de website van Museum Voorlinden.)

 

Kunstbos
Verspreid over 25 hectare duinbos staan een stuk of zestig beelden, die zeer divers zijn van materiaal, kleur en uitstraling. De kwaliteit is hoog. De zeer deskundige rondleiders hebben er een hele toer aan om hun groep in groepje binnen de twee uur die er voor staat langs de hele collectie te gidsen: er valt zo veel te zien en te vertellen! Beeldentuin Clingenbosch, WassenaarBijzonder is het zoeken, en het vinden – dat maakt zo’n kunstbos toch heel anders dan een museumzaal. Steeds die verrassing als er achter een bocht of boom weer een ander object opduikt. En steeds weer het spel tussen beeld en de natuurlijke omgeving, licht en schaduw. Hier buiten is het nog makkelijker om weg te dromen. Wat me aan deze collectie ook opvalt is de speelsheid, de humor. Fijn is bovendien dat je de meeste beelden aan mag raken, de beelden vragen daar om.

Paard
Ook het langs het pad uitgestrekte veulen had ik graag met mijn vingertoppen beroerd. Het afgietsel zag er levensecht uit zoals het daar vredig op een pallet lag te slapen. Warm, zacht en kwetsbaar. Large Four Piece Reclining Figure (Henry Moore), Beeldentuin CliMaar o zo gevaarlijk. Want het fijne doffe poeder op het loden beeld was het zwaar giftige loodoxide, waarschuwde onze gids. Kunstenaar Berlinde De Bruyckere maakt vaker beelden van paarden waarmee ze haar publiek op het verkeerde been zet.
Ik herinner me nog scherp de drie levensgrote paarden die ze in Park Sonsbeek tijdens de beeldententoonstelling in 2001 hoog boven het bospad in beuken had gehangen. Dat leidde tot veel consternatie, want hoe kon ze dat nu doen? Paarden! De dieren zijn toen al snel verwijderd. Maar ik zie als ik op dit paadje loop, haar paarden nog steeds hangen. Zelden heb ik in Sonsbeek een intrigerender kunstwerk gezien.

[Alle foto’s maakte ik in Beeldentuin Clingenbosch]

Kapstok 2

In mijn eerste blog van dit jaar beschreef ik hoe boomverzorgers de trotse esdoorn van de buren verhaspelden tot kapstok. Tijd voor een vervolg.

Vol ongeduld speurde ik in maart en april het kale ding af naar een teken van leven. Maar nee, het tweestammige gedrocht stond daar als uit graniet gebikt: doods. Het enige leven bestond uit een mannetjesmerel, die de top van de totempaal als zangpost verkoos.

Half mei, toen alle bomen in de omgeving al hun frisgroene jas droegen, stond het ding er nog even levenloos bij. Al deed ik naar mijn buren optimistisch – “Jullie zijn te ongeduldig; geef de boom wat tijd” –  zelfs ik begon mijn vertrouwen in een goede afloop te verliezen.

Tegen beter weten in scande ik dagelijks met de verrekijker stammen en takken, alsof ik zo het ding tot leven zou kunnen wekken. En warempel, na een week speuren ontdekte ik de eerste ‘wratjes’, die in enkele dagen evolueerden tot geelgroene propjes gewas. Het wonder was geschied, er zat leven in het visuele lijk!

Nu ging het hard. Want een week later telde ik al dertig plukjes groen, die voorspoedig uitgroeiden tot herkenbare esdoornbladeren. Het resultaat eind mei zie je op de foto boven dit verhaal.

Als ik dit schrijf zijn we twee weken verder. De boom oogt vitaal groen en het bladerdak breidt zich nog steeds uit.
Het valt me op dat uit veel knoppen complete mini-boompjes ploppen, met een kaarsrecht stammetje en blad langszij (foto hiernaast). Dat zal op termijn een wel heel bijzonder model opleveren: een soort dubbele groene toorts. Dus een boom die weinigen als esdoorn zullen herkennen.

Maar laat ik niet klagen, het ding leeft. Dat is het belangrijkste. Door het weelderige groen heeft de merel de totempaal verlaten en zijn oude zangpost op het dak weer opgezocht, maar daarvoor kwamen mus en koolmees in de plaats. Ook de vleermuizen mogen rond het groene ding graag hun rondjes draaien.

Het ding heeft ook voor mij voordelen: onze zonnige tuin beleeft, heel anders dan vorig jaar, nog geen slakkenplaag. En de tuinplanten bloeien dat het een lieve lust is.

Gekandelaberde schietwilg tegen wolkenAls toegift hiernaast nog een plaatje van een schietwilg die ongeveer gelijktijdig met de esdoorn gekandelaberd is:
een multi-knotwilg dus.
Oordeel zelf.

 

Kapstok

Het wil maar niet wennen, die dubbele kapstok in de tuin van de buren. Vorige week nog stond daar een trotse esdoorn met een wijd gespreide kroon. De trots van de straat. Geliefd bij vogels, vleermuizen en alle omwonenden. Zeldzaam hoogopgaand groen in de stenen jungle van deze binnenstadswijk.

De boomverzorger had duidelijk zin in deze klus. Gezekerd aan lange touwen jongleerde hij snel en soepel over de takken en vergat niet zijn gevaarlijke speeltje – de motorkettingzaag – regelmatig te laten janken. Binnen een paar uur was het gepiept. Nog nooit stond dat lelijke schoolgebouw zó dichtbij.

De buurman opdrachtgever was op de bewuste dag niet thuis. Hij kan er nog steeds niet over uit hoe zijn toch duidelijke instructie leidde tot dit afzichtelijke resultaat. ‘Graag de klimop van de boom verwijderen en die twee, drie vervaarlijk overhangende takken boven het dak van de school’, dat was alles wat hij vroeg.

Kandelaberen noemen boomverzorgers deze operatie. Misschien is deze drastische snoei voor zo’n oude boom met dubbele stam zo gek nog niet… Ik durf het niet te zeggen: ik weet veel van bosbeheer maar niets van dit soort fratserij. In elk geval, het ding ziet er nu niet uit. Een boom onwaardig. En het is zeer de vraag of het slachtoffer ooit weer een beetje in model komt. (Optimistisch als ik ben ga ik er maar vanuit dat de taaie rakker de meervoudige amputatie overleeft…)

Ik kan niet wachten tot de takken weer gaan uitlopen en de kapstok zich weer tot esdoorn ontplooit. Boomverzorgers, vertrouw ze nooit!

Stekelige bondgenoot

Goed nieuws van het slakkenfront.
De afgelopen week zag ik opvallend weinig naaktslakken. Een groot verschil met de periode ervoor, waarin vrouwlief en ik vele families naar het spoortalud dwongen te emigreren. Dat komt ervan als je je tuin langere tijd onbeheerd achterlaat: als beesten zijn die glibbers tekeer gegaan.

Gisterenavond deden we een sensationele ontdekking. Vanaf onze veranda hoorden we in de duisternis ‘iets’ met veel misbaar achter in de tuin rondscharrelen. Het gekraak van blad klonk anders dan bij een kat, maar wat? Een muis, een rat, of…?
Dichterbij geslopen zagen we eerst niets, toen bewegende plantendelen, en daar zat ie ineens: een egel – vlak voor onze neus.
Van schrik durfden wij nauwelijks te bewegen, de egel idem.

Blij met onze gast kropen wij terug naar de veranda, om daar op gepaste afstand de egel te volgen. De hamvraag was: eet dit beestje onze heerlijke malse naaktslakken, ja of nee? Veel zagen we niet van de rooftocht. Maar op gehoor konden we de jager goed volgen. Onze oren registreerden krakende slakkenhuizen, vriendelijk gebrom en zelfs een nies. Als gedreven wildspotters hingen wij over de balustrade, gepitst op het kleinste egelscheetje. Maar hoe klinkt het opslobberen van een vette naaktslak?

Vrouwlief zei dat ze deze geluidjes ook voorgaande avonden had gehoord. Vrouwlief beweerde na het tweede glas wijn zelfs twéé egels in onze achtertuin te spotten…
De hoogste tijd om het bed op te zoeken.

Nog steeds weet ik niet zeker of naaktslakken in de smaak vallen bij onze egel(s). Maar ook vanmorgen heb ik nauwelijks een slak gezien.

update slakkenoorlog

Hier een terugmelding van het front. Aan allen die met ons meeleven, hoe wij ‘s nachts wakker gehouden worden door synchroon raspende naaktslaktandjes, klinkend vanuit voor- en achtertuin.
In mijn vorige bericht over onze oorlog met deze glibberige veelvraat beschreef ik dat vrouwlief was overgegaan tot het vangen. De afgelopen maand leegde zij liefdevol talrijke emmers met levende inhoud in het sappig begroeide spoorwegtalud.

Ik kan niet zeggen dat het een succes was, want de emigratie van ruim 1000 diertjes is de tuin niet aan te zien. Nog steeds is het daar ’s ochtends een drukte van belang. Aan de andere kant: wat zou er gebeurd zijn zonder deze actie? Dan kropen de slakken misschien wel rond ons bed!

In elk geval vrouwlief vond het tijd voor meer effectieve alternatieven. Ook biologisch, dat spreekt. Een behulpzaam nichtje uit Vlaanderen gaf een veelbelovende tip. Sinds gisteren vangen we dus met  Leffe, een badje Leffe Bruin om precies te zijn. Deze geïntegreerde bestrijding – want we vangen ook nog steeds  gewoon ‘droog’ – lijkt te werken: de emmer vanmorgen was driedubbel zo gevuld.

Dat de bierval diervriendelijk is, durf ik niet te zeggen: veel beweging was er niet in de emmer. De dieren waren naast zwaar gedrogeerd, mogelijk al verzopen…
Maar dat mag de pret niet drukken. Vrouwlief stapt weer vrolijk door de tuin.
Dat zal niet alleen door de trappistennevel zijn.

Onze merel en het moordwijf van schuinboven

Precies een jaar geleden was het, ik zal het niet snel vergeten. Toen hipte dit mereltje plotsklaps rond in onze tuin. Net uit het nest, nog niet in staat om te vliegen, bekeek het de wereld met grote onbevangen ogen. Zich niet bewust van goed en kwaad.

Pa en ma merel deden hun uiterste best hun kind wat overlevingswijsheid bij te brengen. Daar kan je in deze grote gevaarlijke stad niet vroeg genoeg mee beginnen. De zorgzame ouders hanteerden een gevarieerd arsenaal aan piepjes en kreten  om hun peuter bij te sturen. Met wisselend succes. Want wat begrijpt zo’n uk van volwassen-mereltaal? Daarbij, het zelf ontdekken van de nieuwe wereld vereist alle aandacht.

HvdB20150601-002aVanaf de grond ziet die plantenjungle er natuurlijk vreselijk spannend uit. Bodembedekkers worden bosschages en struikjes heuse woudreuzen. Wat kronkelen daar voor roze beestjes en waarom spettert dat kleine vogeltje in het water?

En wat stormt daar op die smalle plank naar beneden?

Lees verder Onze merel en het moordwijf van schuinboven

Oorlogsgebied

Onze tuin heeft twee gezichten. Kijk je oppervlakkig dan zie je een bonte bloemenzee op een tapijt van tig tinten groen.
Achtertuin BetuwestraatDit is het uitzicht waar wij zo van genieten, vanuit huis en vanaf veranda – wij kunnen er niet genoeg van krijgen. Laat het altijd mei zijn!

Maar onder die kleurige oppervlakte heerst terreur en woedt een heimelijke oorlog.
Niks vrolijkheid, het is een regelrechte tragedie. ’s Nachts komen ze tevoorschijn, met honderden, wat zeg ik, duizenden!
In ongeregelde formatie rukt het glibberige leger op naar onze planten. Het tuig weet precies wat ons het dierbaarst is, daar gaan ze het eerst op af: de net geplante kruiden, de bontst bloeiende bloemen.

Door naaktslakken aangevreten blad van smeerwortel in tuinAls je goed luistert hoor je duizenden tandjes raspen, stukken blad en stengel ploffen op de grond. Dat trekt de aandacht van nog meer hongerig krijgers die met bloeddoorlopen ogen op steeltjes uit holen en spleten kruipen. Ze trekken een spoor van dood en vernieling, dat ze achteloos bedekken met spottend slijm.

Vrouwlief kon het niet langer aanzien en heeft de tegenaanval geopend. Vroeg in de ochtend, als de bodem nog vochtig is, gaat zij op jacht. Met emmer en schopje volgt zij de glimmende sporen. De roodbruine soldaten liggen nog slaapdronken uit te buiken, te vadsig om te vluchten. Plop, plop, plop klinkt het in de emmer. De eerste vijftig zijn vlot gearresteerd. Maar dan?

Lees verder Oorlogsgebied