Tagarchief: mens

Normaal

Na jaren zeuren en wachten was het eindelijk zover. Het luxe onderkomen was door experts goedgekeurd en de eerste termijn betaald: de reis naar Holland kon beginnen. Als popsterren werden ze op Schiphol onthaald. Jammer was wel dat het selecte publiek, de camera’s van de NOS, en dus ook de mensen thuis, Elegante Ster en Krachtige Wolk maar zo kort zagen.

Dierenliefhebbers
Terwijl het ganse volk thuis in vervoering voor de buis hing, in de hoop op nóg een glimp, dwaalde mijn gedachten af naar de Chinese leiders die in hun oneindige gulheid onze natie deze eer hadden gegund. In gedachten zag ik ze onderuitgezakt in hun roodfluwelen fauteuils hangen, een bel cognac in de rechter, een Havanna in de linkerhand, een geblondeerde deerne op de knie. Zweet parelt op hun voorhoofden, de salon blauw van de rook. En lachen dat ze doen. Die domme Hollanders, die dominees met hun kritische wijsvingertje, ook zij waren er ingestonken.

U weet, Chinezen zijn echte dierenliefhebbers, als geen ander beseffen ze de intrinsieke waarde van hun fauna. Als je een dier niet kunt eten, of tot medicijn vermalen, kun je hem altijd nog aan je vrienden leasen. Daarbij geldt: hoe mooier het verhaal, hoe hoger de prijs. En nog belangrijker is de Oud-Chinese wijsheid: hoe zeldzamer, hoe duurder. “En schaarste creëer ikzelf,” schatert leider Xi. “Lieve Mark, speciaal voor jullie.” Zijn bleke hoofd kleurt rood van opwinding: “Slechts één miljoen euri per jaar! Een koopje!” De bulderende lach gaat over in droog gehoest en stolt in groen gerochel. De halve Havanna rolt over het tapijt.

Reuzenpanda

Reuzenpandagekte
Enkele weken later op de Utrechtse Heuvelrug.
Het Nederlandse volk is niet meer te houden: die quarantaine duurt toch echt te lang. De meute rijdt en masse naar Rhenen en betaalt grof geld om een leeg hok te mogen zien. Naast verstopte wegen leidt het bijna tot een handgemeen met de buurman, die ineens toch níet wil meewerken aan een parkeerplaats voor 1400 blikken. Ik ben bang dat de reuzenpandagekte nog nauwelijks is begonnen.

Waarom mensen, waarom doen we collectief zo idioot? Omdat deze mormels van die schattige ronde vormen hebben? Omdat ze zo mooi zwart-wit getekend zijn? Omdat ze zo veel slapen? Omdat ze bamboe zo lekker vinden? Omdat.., omdat… Omdat het kan?
Kom op mensen, luister naar wat onze grote leider Mark onlangs zei: “Doe normaal”.

Wat ziet u?

Wat ziet u? Die vraag krijg ik regelmatig als ik ergens in het buitengebied door mijn verrekijker of telescoop sta te turen. De vraagsteller is niet zelden een vrouw van middelbare leeftijd, die op stevige schoenen een clubje wandelvriendinnen aanvoert. Nog vaker is het een fitte vutter die met haar partner op e-bike geruisloos is komen aanglijden. De belangstelling achter die open vraag voelt gemeend, daarom reageer ik serieus, of ik nu een zingende veldleeuwerik bespied, stoeiende hazen of een laag boven de hei jagende kiekendief. Mijn uitleg wordt gretig geconsumeerd. Soms volgen nieuwe vragen, niet zelden in de vorm van een vage beschrijving van een vreemd beest dat de passant onlangs zag – of ik het even op naam kan brengen. Natuurlijk voel ik me gestreeld door het gestelde vertrouwen, al los ik het raadsel lang niet altijd op.

Zodra ik achter me hoor knorren ‘al wat gezien?’, ben ik op mijn hoede. Het blijkt dan altijd een man, doorgaans groenig gekleed, niet zelden met een ongezonde vracht optiek om de nek. Uit ervaring weet ik dat deze lui niet geïnteresseerd zijn in mijn waarnemingen van vrolijk kwetterende puttertjes, de in dennenappels peuterende kruisbekken of op muggen jagende boerenzwaluwen. Deze vogelaars willen scoren: zeldzaamheden zien. Hoe zeldzamer, hoe meer punten. Uit baldadigheid vertel ik ze juist níet over de slangenarend die zojuist overvloog, de klapekster verderop, of over die groep van 44 raven. Nee, liever verveel ik ze met staartmeesjes, vinken en kauwen. Dan ben ik het snelst van ze af. Want de twitchers (zo noemen ze zich) willen verder, ze hebben altijd haast. Immers dankzij smartphone en internet weten zij maar al te goed wat zij vandaag nog níet hebben gezien.

Het zijn niet mijn vrienden deze jagers, die in hun diesels met sjoemelsoftware stad en land af racen na een ‘alert’ van een dwaalgast die nog op hun lijstje ontbreekt. In de competitie om hun persoonlijke ranking te verbeteren gaan ze ver. Verbodsborden, privéterrein, afgesloten zones van gelden vooral voor anderen. Omdat de soortenjagers massaal op dezelfde meldingen af komen – als vliegen op stroop – loopt het nog wel eens uit de hand. Niet elke terreinbeheerder en niet elke vogel is blij met deze aandacht.

Noem het geen onschuldige hobby. Twitchen is serious bussiness.

Heeft twitchen nog iets met natuurbeleving te maken? Ik betwijfel het. Welbehagen, ontspanning laat staan vreugde lees ik zelden van hun gezichten, wel stress en ergernis. Op basis van het vertoonde gedrag en de speeltjes plaats ik de vrijetijdsbesteding eerder tussen vliegtuigspotten en postzegels verzamelen.

Wildkijkers

U kent ze vast wel, plekken die je voor je gemoedsrust beter kunt mijden, maar die toch trekken. Zo bezocht ik op een zonnige zondagnamiddag in de bronsttijd wildobservatiepunt de Elsberg in nationaal park Veluwezoom. Mijn excuus: ik was toch in de buurt…

Decennia geleden kwam ik tijdens de bronst van edelherten graag naar deze plek. De heuveltop en het omringende open heideterrein vormden een prachtig decor om de herten bij het minnespelen te bespieden. En zag ik geen herten, dan waren er wel vluchten overtrekkende vogels, boven mijn hoofd spionerende bosuilen of dwars over de heide rennende zwijnen. Ook van jagende wolken kon ik genieten, het oranje spotlicht van de laagstaande zon, de glinstering van ochtenddauw in duizenden spinnenwebben, de in de wind goudgolvende pijpenstro, ja zelfs de miezerregen maakte me blij. In alles voelde ik de wildheid en de ruimte. In die tijd kwam ik hooguit een handvol soortgenoten tegen, altijd grauwgroen gekleed en met een forse kijker en – net zoals ik – op zoek naar rust. Maar dat waren andere tijden.

Wildobservatiepunt de Elsberg, NP VeluwezoomSinds de Elsberg een golfdak kreeg en boswachters met hun marketingcollega’s de bronst actief promoten overspoelt een groot en nieuw publiek de bronstplaatsen. Het grote parkeerterrein aan de voet van de Elsberg schept verwachtingen.
Het met spectaculaire natuurfilms en –foto’s verwende publiek denkt echt dat al dit moois pal voor hun neus zal plaatsvinden. Verrekijkers dragen ze zelden. Het gaat hen volgens mij ook minder om het zien als wel om het gezien worden. Want wat is er nu leuker dan je eigen geschoten hert op YouTube of Facebook showen? Iedereen is daarom druk met fotocamera of smartphone, zelfs als de dieren op grote afstaan staan.

Katwijkse blondines
Terug naar die zondag. Gezien het twintigtal auto’s op het parkeerterrein valt het aantal wildkijkers in de hut me mee. Er klinkt een opgewekt gekeuvel, waarbij twee Katwijkse blondines op leeftijd de boventoon voeren.
Lees verder Wildkijkers

Kapstok 2

In mijn eerste blog van dit jaar beschreef ik hoe boomverzorgers de trotse esdoorn van de buren verhaspelden tot kapstok. Tijd voor een vervolg.

Vol ongeduld speurde ik in maart en april het kale ding af naar een teken van leven. Maar nee, het tweestammige gedrocht stond daar als uit graniet gebikt: doods. Het enige leven bestond uit een mannetjesmerel, die de top van de totempaal als zangpost verkoos.

Half mei, toen alle bomen in de omgeving al hun frisgroene jas droegen, stond het ding er nog even levenloos bij. Al deed ik naar mijn buren optimistisch – “Jullie zijn te ongeduldig; geef de boom wat tijd” –  zelfs ik begon mijn vertrouwen in een goede afloop te verliezen.

Tegen beter weten in scande ik dagelijks met de verrekijker stammen en takken, alsof ik zo het ding tot leven zou kunnen wekken. En warempel, na een week speuren ontdekte ik de eerste ‘wratjes’, die in enkele dagen evolueerden tot geelgroene propjes gewas. Het wonder was geschied, er zat leven in het visuele lijk!

Nu ging het hard. Want een week later telde ik al dertig plukjes groen, die voorspoedig uitgroeiden tot herkenbare esdoornbladeren. Het resultaat eind mei zie je op de foto boven dit verhaal.

Als ik dit schrijf zijn we twee weken verder. De boom oogt vitaal groen en het bladerdak breidt zich nog steeds uit.
Het valt me op dat uit veel knoppen complete mini-boompjes ploppen, met een kaarsrecht stammetje en blad langszij (foto hiernaast). Dat zal op termijn een wel heel bijzonder model opleveren: een soort dubbele groene toorts. Dus een boom die weinigen als esdoorn zullen herkennen.

Maar laat ik niet klagen, het ding leeft. Dat is het belangrijkste. Door het weelderige groen heeft de merel de totempaal verlaten en zijn oude zangpost op het dak weer opgezocht, maar daarvoor kwamen mus en koolmees in de plaats. Ook de vleermuizen mogen rond het groene ding graag hun rondjes draaien.

Het ding heeft ook voor mij voordelen: onze zonnige tuin beleeft, heel anders dan vorig jaar, nog geen slakkenplaag. En de tuinplanten bloeien dat het een lieve lust is.

Gekandelaberde schietwilg tegen wolkenAls toegift hiernaast nog een plaatje van een schietwilg die ongeveer gelijktijdig met de esdoorn gekandelaberd is:
een multi-knotwilg dus.
Oordeel zelf.

 

Een opvatting

Nee, trots ben ik niet op mijn bijdrage aan deze discussie. Meestal lukt het me beter om me te beheersen, zelfs al slaat de stoom uit mijn oren. Maar deze dame…

De ochtend begon zo mooi, met een zonovergoten wandeling in de Arnhemse stadsparken Sonsbeek en Zypendaal. Het voorjaar was definitief losgebarsten: bloemen, de eerste vlindertjes, het ritselde van het frisse blad, zelfs de beuken ontvouwden hun groene zonnepanelen. En overal zingende zwartkoppen, tjiftjaffen, vinken, en ganzenpullen bij de vleet. De reigerpubers hoog op de nesten bleken al bijna even groot als hun ouders.

Bewonderend keken metgezel A. en ik uit over een zeiknat moerassig grasland bij de bron van de beek. Sinds de parkbeheerder deze weide jaarlijks maait en verschaalt, verschijnen er steeds meer bijzondere planten, zelfs wilde orchideeën! Wij constateerden dat we dit jaar alweer méér bloeiende dotterbloemen zagen dan het handjevol planten daarvoor.

Nauwelijks waren we verder gelopen of we hoorden opgewonden stemmen achter ons. Een jonge vrouw, dochtertje en hond banjerden enthousiast in het zompige moerasje.
Ma stopte al snel, want haar mooie schoentjes werden wel erg nat. Zo niet de gelaarsde dochter, die haar oog op de dotterbloemen had laten vallen. Met een boeketje van die grote goudgele bloemen wilde ze wel thuiskomen, daar konden geen honderd madeliefjes tegenop.

Het vriendelijk verzoek van A. aan het meisje om toch alsjeblieft die mooie bloemen te laten staan had geen enkel effect. Ik richtte me daarom tot de moeder. Lees verder Een opvatting

Neus

Het is weer zover. Als ik mijn werkkamer verlaat word ik op de gang bijkans gevloerd door een vreemde bedwelmende lucht – niet echt vies, wel veel. Te veel. Ik ruik busladingen musk en in de verte een verdwaald bloempje, een heel klein bloempje. Het riekt naar bezoek, naar dames van middelbare leeftijd.

Ik heb de indruk dat mensen zich de laatste jaren steeds heftiger begeuren. Naast de genoemde dames weten ook de net wat jongere heren de geurfles kwistig te hanteren. Je bent niet te benijden als je naast zo’n makker in de concertzaal zit. Het ergst zijn de jongentjes. In de kleedkamer van de sportschool weet ik niet waar ik het zoeken moet als ze de laatste restjes frisse lucht met hun agressief zurige spray verdrijven.

Nee, zelfs buiten in het bos is mijn gevoelige neus niet veilig meer. Het zal niet de eerste keer zijn dat mijn favoriete wandelpad bezwangerd is van een zware muffe damp die mij tot een andere route dwingt.

Mijn prima functionerend reukorgaan is blijkbaar niet meer van deze tijd. Het orgaan – dat zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld om angstzweet op te merken, een gewillige sekspartner, wilde dieren, rottend vlees, schoon water, rijp fruit etc. – is achterhaald geworden. Want in de moderne onwelriekende wereld heb je van zo’n scherpe neus meer last dan pret.
Het lijkt erop dat de neus van veel mensen hierop al is afgestemd: meer voor vorm dan functie. Misschien ben ik wel een van de laatste Mohicanen…

Héél soms heeft deze Mohicaan ook voordeel van zijn forse gok: zo herinner ik me, lang geleden, dat ik op weg naar de bakker pardoes een wel heel spannend geurspoor kruiste.
Lees verder Neus

Kapstok

Het wil maar niet wennen, die dubbele kapstok in de tuin van de buren. Vorige week nog stond daar een trotse esdoorn met een wijd gespreide kroon. De trots van de straat. Geliefd bij vogels, vleermuizen en alle omwonenden. Zeldzaam hoogopgaand groen in de stenen jungle van deze binnenstadswijk.

De boomverzorger had duidelijk zin in deze klus. Gezekerd aan lange touwen jongleerde hij snel en soepel over de takken en vergat niet zijn gevaarlijke speeltje – de motorkettingzaag – regelmatig te laten janken. Binnen een paar uur was het gepiept. Nog nooit stond dat lelijke schoolgebouw zó dichtbij.

De buurman opdrachtgever was op de bewuste dag niet thuis. Hij kan er nog steeds niet over uit hoe zijn toch duidelijke instructie leidde tot dit afzichtelijke resultaat. ‘Graag de klimop van de boom verwijderen en die twee, drie vervaarlijk overhangende takken boven het dak van de school’, dat was alles wat hij vroeg.

Kandelaberen noemen boomverzorgers deze operatie. Misschien is deze drastische snoei voor zo’n oude boom met dubbele stam zo gek nog niet… Ik durf het niet te zeggen: ik weet veel van bosbeheer maar niets van dit soort fratserij. In elk geval, het ding ziet er nu niet uit. Een boom onwaardig. En het is zeer de vraag of het slachtoffer ooit weer een beetje in model komt. (Optimistisch als ik ben ga ik er maar vanuit dat de taaie rakker de meervoudige amputatie overleeft…)

Ik kan niet wachten tot de takken weer gaan uitlopen en de kapstok zich weer tot esdoorn ontplooit. Boomverzorgers, vertrouw ze nooit!

Klimaatvluchtelingen in mijn keuken

En zo zitten er ineens vier vluchtelingen in mijn keuken, Koerden uit het noorden van Syrië.
Na wekenlang berichten in krant en op TV over mensenmassa’s die vanuit het Midden-Oosten naar Europa vluchten, voelt het onwerkelijk om het onderwerp van het wereldnieuws in mijn eigen huis te ontvangen. Grote praters zijn ze niet, ook lijken ze op hun hoede, maar tijdens de maaltijd breekt het ijs en komen de verhalen.

Fouad was boer bij Aleppo, niet ver van het door IS bezette gebied. Zijn vrouw en 6 kinderen wonen daar nog. Natuurlijk zou hij ze nog liever vandaag dan morgen naar Nederland halen. Grote zorgen heeft hij om zijn zoon van 23; zal het hem lukken uit het leger van Bashar al-Assad te blijven? Werken wil hij, zo snel mogelijk.

De speelse Mousa is met zijn 20 jaar de benjamin. Techniek wil hij studeren, zijn hobby is breakdance. Hij heeft geen vrouw, geen kinderen – dat vindt hij in zijn situatie wel zo gemakkelijk. Hij toont een kort filmpje waarop hij in een overvol rubberbootje op zee dobbert. Ruim 1200 euro koste de enkele reis… Gelukkig is hij nu hier. ‘Familie’ noemt hij ons. O, wat zou hij graag studeren in plaats van wachten, eten, slapen en uit verveling urenlang met zijn mobieltje spelen…

De voetbalgekke Ibrahim heeft heel bewust voor Nederland gekozen, vanwege de vrijheid en democratie. Volgens hem is hier geen racisme. Heel anders dan in Syrië, waar Koerden op alle mogelijke manieren onderdrukt worden. De ict-er voelt zich in ons gastvrije land al behoorlijk thuis.

Moustafah, is de stilste van het kwartet – niet alleen omdat hij weinig Engels spreekt. Vaak lijkt de tuinder in gedachten verzonken. Denkt hij aan zijn vrouw en zijn jonge kinderen die hij in Istanboel moest achterlaten?
Lees verder Klimaatvluchtelingen in mijn keuken

Klimaatparade

Vandaag start de Klimaattop in Parijs. De komende twee weken proberen 195 regeringsleiders afspraken te maken om te voorkomen dat het met het klimaat nog verder uit de hand loopt. Hun inzet is de temperatuur met niet meer dan 2 graden te laten stijgen (gemeten vanaf het begin van de industriële revolutie).

IMG_4937Ik heb veel hoop, maar toch iets minder vertrouwen in een goede afloop. Bezitten de leiders dit keer wél voldoende wijsheid om tot een goede oplossing te komen? Beseffen zij nu wél de urgentie en hebben zij voldoende lef om nu eens níét het nationaal belang voorop te stellen?

Om de regeringsleiders een duwtje in de rug te geven en met een duidelijke boodschap op pad te sturen waren er gisteren over de hele wereld Klimaatparades. Zo ook in Amsterdam. In een bonte optocht trokken zo`n 7.000 mensen door de stad. Is dat weinig, is dat veel?

IMG_4983In elk geval heel wat minder dan tijdens de demonstratie tegen kernwapens, in 1981, toen wel 400.000 mensen de hoofdstad overspoelden. Maar gezien het k..weer van gisteren viel het me eigenlijk nog mee. Want nadrukkelijk waren ook de weergoden van de partij: de regengod huilde dikke tranen en de windgod blies loeiend zijn valse rukken. Het was me niet duidelijk (dat heb je vaker bij goden), waren zij nu vóór- of tegenstanders?

IMG_4942Maar toch…Blijkbaar werd zoveel jaar geleden de dreiging van raketten door enkele honderdduizenden mensen toch als veel gevaarlijker gezien dan de klimaatverandering, die nota bene al werkzaam is… De dreiging voorbij!

Wat ook kan, dat in die lange periode de mensen veranderd zijn: vroeger kwam je opdraven als je iets erg belangrijk vond; tegenwoordig stuur je een appje of like je een Facebookpagina. Dit verklaart misschien ook waarom ik zoveel minder jongeren zag dan vijftigplussers.

IMG_4957In elk geval, het was een goede middag, met aardige mensen en leuke contacten.
En lezers, natuurlijk heb ik ook een beetje voor jullie gedemonstreerd: ik heb mijn bordje  extra hoog gehouden en het spandoek strakker dan strak.

En nu maar afwachten wat Rutte met dit duwtje in de rug gaat doen. Wordt hij klimaatheld of blijft hij hekkensluiter duurzaamheid van Europa?

Dilemma: voeren of niet?

In deze winter die maar geen winter wil worden discussiëren vogelvrienden weer over de zin en onzin van het voeren van vogels.
Tegenstanders van voeren zeggen: zeker in deze kwakkelwinter hebben vogels die extra voedingsstoffen helemaal niet nodig.
Stoppen dus.
Voorstanders echter beweren dat vogels het tegenwoordig zó moeilijk hebben, dat we ze met voer moeten helpen om te overleven – niet alleen ’s winters, maar gedurende het hele jaar.

Wat ik ervan vind?
Mijn gezonde verstand zegt: blijf dicht bij de natuur en ga terughoudend om met voer. Vogels hebben het miljoenen jaren kunnen redden zonder vetbollen, vogelpindakaas en Premium zonnebloempitten.
In plaats van ze te voeden vanuit potjes en zakjes is het zinvoller de ‘natuurlijke’ leefomgeving van de vogels te verbeteren. Als je een tuin hebt – mooi – zorg dan voor veel variatie in groen: voor besdragers en planten met veel zaden, voor scharrelhoekjes, voor muren met kamperfoelie en klimop (goed voor insecten, bessen én nestplaatsen).

Veel mogelijkheden liggen op straat: bij boomspiegels, overhoekjes of de grote oppervlakte die nu door trottoirs en parkeerplaatsen wordt opgeslokt. Wees burgerlijk ongehoorzaam en maak tuintjes van die kale boomspiegels: plant en zaai. Lees verder Dilemma: voeren of niet?