Categoriearchief: landschap

Insecten verdwijnen

In een gezond landschap miegelt het van de insecten. Hoe completer de natuur, hoe meer beestjes er rondkruipen, ritselen, fladderen, zoemen, kriebelen en ja, soms ook steken. Nooit zal ik de akoestische sensatie vergeten die ik onderging bij het betreden van het beroemde Poolse nationaal park Bialowieza. Zodra je het bosgebied door de houten poort betrad werd je ondergedompeld in een kolossaal gezoem, dat pas stopte als je het bos verliet. Mijn vriend en collega-onderzoeker Tomasz had een originele manier om de muggenstand enigszins te kwantificeren: hij sloeg eenmaal met vlakke hand op zijn borst of been en telde de slachtoffers. Zijn record: 42. Het zal geen toeval zijn dat ik in Europa geen ander bos ken met zo’n diversiteit aan vogels.

Dramatische afname
Vorig week publiceerden Duitse en Nederlandse ecologen een alarmerend artikel waarin zij beschreven dat de insectenmassa in 63 Duitse natuurgebieden in de afgelopen 27 jaar met gemiddeld 76 procent is afgenomen. Natuurlijk wist ik dat het slecht ging met dagvlinders en bijen, en merk ik al jaren dat het buiten minder ritselt en zoemt, toch schrok ik van deze uitkomst. Die is dramatisch.
Maar ik ben bang dat de achteruitgang in ons land nog groter is. Want ik fiets regelmatig op het platteland bij onze oosterburen; daar oogt het toch net wat minder steriel dan thuis. Ik zie er meer bosjes en houtwallen, overhoekjes, leukere graslanden en bontere bermen. Ik zie daar ook meer vogels en verwacht daarom ook meer insecten.

Landbouw op dood spoor
Omdat de onderzochte natuurgebieden goed worden beheerd vermoeden de ecologen dat de achteruitgang van insecten het gevolg is dan de landbouw op de omringende gronden. Dat lijkt me een voor de hand liggende conclusie.
Dit zou het zoveelste signaal zijn dat we met de intensivering en industrialisatie van onze voedselproductie op een dood spoor zitten. Zelfs een boerenpummel begrijpt dat de reguliere boer door schaalvergroting, ontwatering, bemesting, gebruik van bestrijdingsmiddelen en antibiotica vele basale ecologische wetten met voeten treedt. De boer als god –  dat kan niet goed gaan.

Nieuwe minister
Maar er gloort hoop aan de horizon. Onze nieuwe landbouwminister is van CU-huize en uiterst ambitieus. Deze slimme boerendochter lijkt me de aangewezen persoon om de puinhopen die natuursloper en praatjesmaker Henk Bleker heeft achtergelaten te saneren, en dan doorpakken! Want het landbouwbeleid moet op de schop, in Nederland en in de EU.
Wat we nodig hebben is meer ruimte voor natuur, veel minder voor landbouw. En vanzelfsprekend moet de landbouw écht duurzaam worden. En de vervuiler (zowel boer als consument) gaat serieus betalen voor zijn slecht gedrag, zodanig dat biologische producten automatisch goedkoper worden dan het vlees, melk, groente, fruit van reguliere teelt. Lees verder Insecten verdwijnen

Voordeel van klimaatverandering

Klimaatverandering heeft ook zo zijn voordelen (al durf ik dat nauwelijks hardop te zeggen). Zo wordt Nederland door de opwarming steeds meer geschikt voor wijnbouw. Dat vind ik als wijnliefhebber een uiterst aangenaam idee. Want ook al ben ik gewend vanachter mijn computer vanuit de hele wereld lekkere wijnen te bestellen, ik zou veel liever op zaterdagmiddag met een grote lege fietstas naar mijn lokale wijnmaker gaan. Mits die natuurlijk kwaliteit levert. Want wat is er mooier dan de planten die dat kostelijke vocht produceren van nabij te leren kennen, te zien hoe de wijnstokken zich ontwikkelen en hoe de vruchten in het najaar rijpen?

Beter kan niet, in dit land
Die zoete droom zou nog best eens werkelijkheid kunnen worden. Gisteren bezocht ik Wijngoed Mariëndaal, een nieuwe wijngaard hier even verderop, tussen Arnhem en Oosterbeek. De jonge druivenplanten (aangeplant in mei 2014) staan er puik bij – ik kan niet anders zeggen. Al deden de al te kwistig uitgezaaide wilde bloemen het ook niet slecht. Ik ontmoette er verzorger en mede-eigenaar Henk Oost die de ranken aan het opbinden was. Hij sprak lyrisch over de plek, een windluwe zuidhelling tussen het Veluwemassief en de Nederrijn. Met een ideale bodem: nooit te droog, nooit te nat. “Beter kan niet in dit land”, zei hij.
Lees verder Voordeel van klimaatverandering

Levende duinen

Als een bergmassief torent het duin uit boven de platte strandvlakte. Wit zand steekt scherp af tegen de blauwe lucht, het doet me denken aan besneeuwd hooggebergte. Terwijl ik langzaam nader groeit de berg groter en hoger. Natuurlijk wil ik naar de top!

Levend duin tussen paal 3-1 op Noordsvaarder, TerschellingDe klauterpartij in het rulle zand valt niet mee, de zandwand blijkt hoger en steiler dan het beneden leek. Mijn jas gaat open, muts af en handschoenen uit – ondanks de vrieskou. Puffend kom ik hoger, mijn uitzicht groeit. Vanaf de afgeplatte top zie ik beneden me de strandvlakte van de Noordsvaarder, daarachter het bos bij West-Terschelling, natuurlijk de vuurtoren en nog weer verder een strookje Waddenzee.

Als ik me omdraai ligt de Noordzee aan mijn voeten. Groepen van honderden eidereenden dobberen op plekken waar de branding net wat rustiger is. Aan de horizon is het een komen en gaan van blokkendozen (containerschepen) en koelkasten (autoschepen).

Helm groeit op dit duin niet veel, valt me op als ik enkele kilometers over de zandrug loop. Ik zie wel vers opgestoven heuvels en kolossale kuilen waar zand uitgestoven is. Gelukkig is het vandaag windstil, want anders zou ik hier gezandstraald worden. Dit is nu hoe duinen voor mij horen te zijn: levend, altijd in beweging.

Hoe anders waren de duinen uit mijn jeugd: kaarsrechte dijken van zand, met helm beplant en overal prikkeldraad en bordjes ‘verboden toegang’. Vanzelfsprekend was struinen taboe. Ook de schaarse paden waren met draad en hekwerk omgeven. Toch hield ik toen al van duinen. Ik wist niet beter. Al voelde het nooit echt prettig, dat strakke keurslijf.

Levend duin aan begin van Boschplaat, tussen paal 19-20Nu weet ik wat ik toen miste: vrijheid, wildheid, natuurlijkheid – beter gezegd: leven.
Op Terschelling (en andere plaatsen aan de kust) vind je tegenwoordig gelukkig steeds meer van dit soort levende duinen. Duinen waar het zand mag stuiven. Waar je spontane duinvorming ziet naast erosiekuilen. De leek denkt bij dergelijke ‘wilde’ zones wellicht aan achterstallig onderhoud. Het is echter hoogst innovatief kustbeheer!

Lees verder Levende duinen

Oostpunt van Terschelling

Het eiland vraagt erom veroverd te worden, elk bezoek opnieuw. Vanaf de boot zie ik Terschelling lang uitgestrekt naar me lonken.  Vol verwachting.
In het zicht van de haven neemt mijn onrust toe. Na zoveel bezoeken, zoveel ervaringen en zoveel mooie herinneringen: waar te beginnen? Mijn tijd is beperkt…

Pas na een lange verkennende fietstocht land ik en kom ik tot rust.
Ik zie de gerafelde duinkammen, de strandvlakte van de Noordsvaarder, de kale groene Waddendijk, de brand- en rotganzen in de winterse polder, de dorpen en in de verte de belofte van de Boschplaat.
Ik zie het en het is goed. Toch weer mooier dan ik in mijn hoofd had.

In de dagen die volgen komt de verdieping, dan concentreer ik me op plaatsen waar echt veel te beleven valt. Mijn favoriet is een struintocht naar het oostpunt, naar het Amelandergat. Voor mij een van de wildste en mooiste plekken van ons land. Ik ken nauwelijks andere plaatsen waar de oerkrachten water en wind zó vrijspel krijgen en de mensenhand vrijwel ontbreekt.

HvdB20160217-007Vandaag is het helaas niet de rustigste bestemming: want al zie ik onderweg nog geen handvol fietsers en wandelaars, auto’s des te meer. Op het strand nota bene! Het zou verboden moeten worden, dit primitieve cowboygedrag van de eilanders. Ze kunnen best lopen.

Desondanks heb ik een spectaculaire ontmoeting met een kritische rustzoeker op het strand: een jonge zeehond. Topfit, levendig en nieuwsgierig bekijkt het de fotograaf. Zo dichtbij zag ik het roofdier nog nooit.
Wéér een reden om bij een volgend bezoek opnieuw naar deze uithoek te gaan.

Mooie woorden, nu de daden

Nog steeds associëren we de donkere dagen rond Kerstmis met sneeuw, ijs, koek-en-zopie. Met sleetje-rijden en schaatsen, zoals we dat gewoon waren in onze jeugd. Zo herinner ik me nog goed dat ik met buurjongens een aantal winters op rij iglo’s bouwde, we schaatsten op het ijs van brede kanalen. Van school kregen we ijsvrij…

HvdB20090110-005Maar met dit soort verwachtingen houden we ons voor de gek. Want kijk eens naar buiten: in de tuin bloeien nog steeds bloemen, en de gazons zijn heftig groen en moeten worden gemaaid. Niks wanten, niks mutsen. De komende dagen vragen eerder om T-shirt en korte broek: 15 graden luidt de voorspelde maximumtemperatuur, met nachten die nauwelijks onder de 10 zullen zakken.

HvdB20090110-016De vergroener sluipt sluw door het Nederlandse winterlandschap. Toch willen wij – romantici die we zijn – die witte winters met besneeuwde bomen en ijspret niet graag missen. En wat de natuur niet brengt, dat maken we gewoon zelf. Daarom schieten de kunstijsbanen overal als paddenstoelen uit de grond. En doen de handelaren in kunstsneeuw en andere gebakken lucht goede zaken.

Maar ik heb goed nieuws voor de ware winterminnaar – die van dit soort nep natuurlijk niets moeten hebben. Sinds afgelopen weekend lijkt de terugkeer van kou en vorst, van het witte Nederlandse landschap, weer dichterbij gekomen. Niet dat weerdeskundigen een koufront op hun radar bespeurden.
Lees verder Mooie woorden, nu de daden

Het sublieme landschap van Turner

Op een mooie zomermiddag
Als een reusachtig verduisteringsscherm jagen loodzware wolken over mij heen. Weg is de augustuszon. In de kilgroene schemering trekken rukwindjes plagend aan mijn hemd. Kippenvel. Het modderige water rond mijn voeten voelt nog heerlijk lauw. Ik negeer de zwarte hemel boven Friesland, want na uren struinen en wachten is mijn geduld eindelijk beloond. Vóór me op het wad staan duizenden steltlopers, netjes gesorteerd. Door mijn telescoop onderscheid ik rosse grutto’s, wulpen, kanoeten, zilverplevieren en vele, vele bonte strandlopers. Ik zie nekveertjes opwaaien en oogjes knipperen. Zelden zag ik zo’n massa vlak voor mijn neus.

HvdB20120616-055Het gerommel in de lucht wil ik niet horen. Al komen de flitsen nu wel erg snel dichterbij. Daar sta je dan, midden op het natte slik, als hoogste punt in de wijde omtrek. In de verte licht de duintop op – nog zeker een uur lopen. Ik twijfel. Misschien waait het over…
Een zwierige slinger van honderden bontjes tuimelt zacht knorrend uit de lucht. Dan vallen de eerste druppels. Warm water. Tijd om te gaan. De vogels gaan nauwelijks voor me opzij als ik ze met haastige passen passeer. Wonderbaarlijk. TSJAKKKKrrr! De lichtflits valt samen met de knal. Niet alleen ík schrik. In paniek schieten de vogels alle kanten op. Ze vliegen zelfs tussen mijn benen door.

Het sublieme
Wellicht heb jij zelf ook dergelijke natuurervaringen, waarbij je overrompeld werd door schoonheid maar gelijktijdig dreiging voelde of gevaar. Deze ervaring van natuurgeweld én schoonheid, die zulke intense emoties kan oproepen, noemde de filosoof Burke het sublieme. Het gaat natuurlijk ook over de grootsheid van de natuur tegenover de nietigheid van de mens. Je kunt daar als mens verschillend op reageren, met angst, ontzag of bewondering.
IMG0043Ikzelf ben vooral een bewonderaar, en zoek graag het sublieme in de natuur en in het landschap. Enkele malen per jaar vind ik het. Of beter: overkomt het me. Want dit soort buitengewone ervaringen liggen niet voor het oprapen. Je kunt het ook niet afdwingen.
Ik vond het bijvoorbeeld op wild golvende zeeën, tijdens stormen, in ontmoetingen met beren en wolven, op ijzige toppen hoog in de bergen, in woeste wouden.

Turner
De Britse schilder J.M.W. Turner (1775 – 1851) was gegrepen door het sublieme. Hij heeft van de weergave ervan zijn specialiteit gemaakt. Het gevaar en de schoonheid van de natuur probeerde hij te vangen in zijn olieverfschilderijen en aquarellen.
Lees verder Het sublieme landschap van Turner

Landschapsfotografen zonder camera

Zij zochten hun onderwerpen buiten, gingen ervoor op reis met schetsboek en handzaam schildergerei. Dat was revolutionair. Want vóór die tijd werkten schilders in hun atelier, schilderden naar model en kopieerden afbeeldingen van anderen, of ze bedachten landschappen. Want buiten werken, dat was te veel gedoe.

HvdB20150418-002Dat groepje schilders van de Haagse School had anderhalve eeuw geleden een bijzondere aandacht voor het landschap en het leven buiten de stad. Ze hadden een goed oog voor wat wij nu noemen ‘karakteristieke Nederlandse landschappen’: uitgestrekte heidevelden, vissersboten op het strand, zompige weilanden met brede sloten, eeuwenoude eiken in donkere wouden. Ze waren dol op paarden, koeien en knoestige knotwilgen. Misschien beseften ze toen al dat deze arcadische landschappen, met rust en ruimte, binnenkort zouden verdwijnen: door ontginning, stadsuitbreiding, door stoommachines en industrie.

Adem van de natuur
Wat hun werk voor mij, natuurliefhebber en landschapsfotograaf, zo boeiend maakt is dat je duidelijk aan de schilderijen kunt zien dat ze buiten tot stand zijn gekomen. De situaties klóppen: de juiste vogels en planten zijn in het landschap afgebeeld, licht en wolkenlucht zijn passend. Bij het sombere beeld van de platbodem op het strand voel ik de koude wind, proef ik zout. Bij de ruiters in de duinen ruik ik de warme paardenlijven terwijl de zon brandt op mijn huid.
Schilderijen met zo’n realistische uitstraling bedenk je niet binnen, in je stoffige atelier, die maak je ter plekke. En dat kan alleen iemand die zich voor de plek openstelt, die het landschap innig beleeft. En dat konden schilders als Mauve, Israëls, de broers Maris, Mesdag, en Roelofs als de besten. De laatste zei letterlijk dat hij de ‘adem van de natuur’ voelbaar wilde maken. Lees verder Landschapsfotografen zonder camera

Meer melk geeft meer poep

Ik heb een zwak voor koeien. Zoals die grote beesten eigenwijs door het frisgroene weiland soppen – meestal traag van beweging, soms verrassend snel – wie is daar niet gevoelig voor?
Grazende koeien in vochtig grasland bij KamerikZe zijn sociaal, intelligent, nieuwsgierig, ruiken lekker (naar verse volle melk) en zijn bovenal fotogeniek. Ik ken maar maar weinig dames die zo bereidwillig én zonder ijdelheid voor mijn camera poseren.

Daarom zou ik blij moeten zijn nu de Europese Unie het melkquotum in de wilgen heeft gehangen. Boeren mogen per 1 april ongestraft meer melk op de markt brengen. Dat gaan ze ook zeker doen (volgens onderzoekers wel 20% meer binnen 10 jaar). Meer melk betekent dus meer fotogenieke dames in de wei… (denkt de romanticus).

Koeien in Gronings weidelandschapWas het maar zo. Boeren zien geen charmante dames. Zie zien alleen uiers; hoe groter hoe beter. Boeren zien ook liever geen bloemrijk grasland met weidevogels, waar hun dieren zelf hun maaltijd bij elkaar happen. Dat geeft maar gedoe. Liever maaien ze de eenvormige raaigrasmat en voeren de computergestuurde beesten in de stal – dat is effectiever en voorkomt veel uitstoot van mest en kwalijke gassen. Geef de ondernemers eens ongelijk.

Ik heb het er wel moeilijk mee, met de lege kunstgraslanden en de grote volle stallen. Ik zal mijn dames buiten missen, en ook de bloemen, en de weidevogels, en de vlinders, en de vissen.
Maar dan wil ik mijn dames ook niet meer ruiken!

Onderweg in Israël

Genietend van de krachtige lentezon en het exotische landschap van getijdenpoeltjes en witte krijtrotsen tegen een strak blauwe lucht hoorde ik ineens een vertrouwd gekwetter: een groepje boerenzwaluwen dat de kustlijn volgde naar het noorden.
IMG_2531Dat was precies twee weken geleden, aan de Israëlische Middellandse Zee, vlakbij de grens met Libanon. Die middag zag en hoorde ik nog veel meer boerenzwaluwen; ze vlogen opvallend gericht – zeg maar gehaast. Overduidelijk vogels die in Afrika overwinterd hadden en die nu terugkeerden naar hun broedgebied in Europa, misschien wel naar Nederland…

De meeste vogels steken niet graag grote watervlaktes over, zij volgen veel liever de kust. Dat is veiliger. Om de omweg niet al te groot te maken vliegen zij scherp aan de kust, dat is bovendien gemakkelijker navigeren. IMG_2490De vele miljoenen vogels die jaarlijks tussen Afrika en Europa trekken kiezen bij de Middellandse Zee voor een westelijke (via Gibraltar) dan wel een oostelijke route. Omdat de vogels bij voorkeur ook niet over de (Syrische) woestijn vliegen vernauwt de oostelijke trekbaan zich boven Israël tot een smalle strook.

Het noord-zuid georiënteerde dal van de Jordaan is voor veel vogels een favoriete reisroute. In dit vruchtbare gebied vinden zij voedsel, dekking en water – dat geeft ze gelegenheid om even bij te tanken of uit te rusten op hun lange reis. Tweemaal per jaar persen zich 500 miljoen vogels door deze groene vlakte die begrensd wordt door de bergruggen van Galilea en de Golan. Na de stichting van de staat Israël zijn hier met grote ijver wetlands drooggelegd, voor de landbouw en tegen de malaria. Maar gelukkig zijn enkele kleine gebieden gespaard. Natuurgebieden waar in deze tijd van het jaar naast broedvogels ook veel trekvogels gebruik van maken. Dat wilde ik natuurlijk wel eens zien.

Hula
Het bezoekerscentrum van natuurpark Hula Agamon Lake had door de drukte en vele kraampjes veel weg van een markt. Mensen die het uitgestrekte park in wilden verdrongen zich bij de elektrische golfwagentjes, de vele soorten fietsen en de excursiebussen. Wij vielen uit de toon omdat we besloten te gaan lopen. De eerste kilometers liepen we langs strakke landbouwpercelen. Maar niet getreurd, want ik zag op de akkers sporenkievit, in de sloten kleine zilverreiger en in de lucht hoorde ik de bibberende roep van de regenwulp en het gejubel van de veldleeuwerik. Het meest weldadig was echter de overrompelende stilte. Stel je eens voor, regelmatig hoorde ik niets: geen auto, geen machine, geen geroep, nog geen geritsel – alsof er iets mis was met mijn oren. Door die stilte merkte ik direct dat er hoog boven onze hoofden iets sensationeels stond te gebeuren.

Lees verder Onderweg in Israël

Hoogveen – land van de kraanvogel

Een studiedag voor boswachters en natuurbeheerders bracht mij twee weken geleden naar het Fochteloërveen. Hier op de grens van Drenthe en Friesland ligt een restant van het ooit uitgestrekte hoogveenlandschap. Natuurmonumenten heeft nog net een snipper weten te redden. Een snipper die niet afgegraven en vermalen is tot turf, potgrond of norit. Een snipper die groot genoeg is om een indruk te krijgen hoe nog maar enkele eeuwen geleden een groot deel van ons land erbij lag: kaal, onvriendelijk en ontoegankelijk veenmoeras.

Kraanvogel
Het zeiknatte hoogveenmoeras is geen land voor mensen, maar des te meer voor aan dit extreme milieu aangepaste planten en dieren. Met de ontginningen is het meeste daarvan uit ons land verdwenen. Maar sinds natuurbeheerders en onderzoekers steeds effectiever zijn in het herstel van het hoogveenlandschap keren ook langzaam de bijzondere soorten terug: de planten, libellen, vlinders en vogels, waaronder mijn favoriet: de kraanvogel.

Goed ontwikkelde hoogveenvegetatie, FochteloërveenHoogveenherstel was ook het thema van de studiedag. Tijdens de excursie zagen we veel kenmerkende planten: een tiental veenmossoorten, lavendelheide, dophei, wollegras, snavelbies, kleine veenbes en gagel. De beheerders toonden hoe zij met dammen en kades steeds beter weten te voorkomen dat regenwater naar het lagergelegen landbouwgebied stroomt.

Vogels lieten zich op deze grauwe winterdag nauwelijks zien. Stiekem hoopte ik een glimp op te vangen van de schuwe koning van het hoogveen: de kraanvogel. Deze sierlijke moerasvogel is na eeuwen afwezigheid hier weer als broedvogel terug. Helaas was ik te vroeg: de trekvogels waren nog niet terug uit hun overwinteringsgebied. De eerste week van maart is de normale tijd dat ze terugkeren, of met duizenden over ons land heen vliegen naar Oost-Europa en Scandinavië.

Gisteren hoorde ik dat dat de kraanvogels van het Fochteloërveen weer terug zijn. Ze baltsen dat het een lieve lust is. Dat gaat gepaard met spectaculaire springerige dansen en melodieus getrompetter. Ik moet dus nodig terug! Lees verder Hoogveen – land van de kraanvogel