De roodborst en de nachtegaal

Voorjaar is voor mij pas écht voorjaar als ik de nachtegaal heb horen zingen. Waarmee ik niet wil beweren dat het eerste geluid van fitis, zwartkop, boomleeuwerik en gierzwaluw mij koud laat – want ook naar deze zomergasten kijk ik elke lente weer uit. Maar de nachtegaal, dat is toch buitencategorie.

De zang van de nachtegaal is onovertroffen: origineel in melodie en virtuoos in uitvoering. Als je de vogel hoort zingen geloof je niet dat al die verschillende klanken van één dier afkomstig zijn. Het bereik is extreem, van laag tot hoog en van fluisterend zacht tot luid en verdragend. En loepzuiver van toon. Het genre plaats ik tussen romantisch klassiek en modern, in de lage tonen hoor ik zelfs jazz.

Wat ook bijdraagt aan de bijzondere betekenis die de nachtegaal voor me heeft, is dat ik de vogel maar zelden zie. Niet omdat de nachtegaal zo zeldzaam is, eerder omdat het zich zo schichtig gedraagt. Het dier verlaat niet graag de dichte dekking van struweel met brandnetelruigte, bovendien is het onopvallend bruin gekleurd. Als je het al ziet, is het meestal de wegflitsende schim.

Horen doe je de vogel des te meer. In de goede tijd en in geschikt biotoop – zoals duinen en uiterwaarden met veel meidoorn en ruige ondergroei – zingt de vogel vrijwel klokrond. Toch is de naam goed gekozen, want ’s nachts – wanneer de meeste vogelsoorten rusten – valt de nachtegaal wel heel erg op.

Dat de meeste mensen de nachtegaal beter kennen uit sprookjes dan uit de natuur verbaast me niks. Ook voor mij heeft dit mysterieuze exotische beest iets magisch.

Onlangs ging ik op zoek naar dit sprookjesdier, dat is vanaf mijn huis een dik uur fietsen. Toen ik aankwam op de plek waar ze jaarlijks broeden – een klein rustig natuurgebied van Staatsbosbeheer waar tijd lijkt stil te staan – waren mijn verwachtingen laag. Want het was midden op de dag en erg warm. Langzaam fietste ik over de smalle klinkerweg, mijn oren op steeltjes.

Pardoes zat ik middenin een symfonieorkest. Wel zo’n 8 nachtegalen zongen dat het een lieve lust was. Natuurlijk stapte ik af, dit natuurgeweld wilde ik goed op me in laten werken. Traag wandelde ik over de weg terwijl de nachtegalen links, rechts, voor en achter van me kwinkeleerden. Toen geschiedde een wonder: de anders zo schuwe nachtegaal ging enkele meters boven me in een wilg zitten zingen, open en bloot. Ik zag zelfs de roze binnenzijde van de snavel. Natuurlijk zag de zanger mij! Het privéconcert duurde meerdere minuten. En honderd meter verderop gebeurde het met een andere nachtegaal opnieuw… Hoezo een schichtig dier?

Mijn verklaring: blijkbaar voelden de nachtegalen zich zeer aangetrokken tot mijn knalrode wielershirt –  want groen gecamoufleerd had ik dit nog nooit meegemaakt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.